Triëst en Piran

Omdat de volgende bestemming niet zo ver rijden is, besluiten we via Triëst te rijden en daar te lunchen. Zijn we ook nog even in Italië.
De parcheggio die we van tevoren hebben uitgezocht, kost 18 euro voor een dag. Ook voor een paar uur. Ja, daaag… ik vind Italië een prachtig land, maar je hebt wel altijd het gevoel dat je wordt afgezet. We zoeken wel even verder. Uiteindelijk vinden we een plekje op straat. Volgens mij mogen we hier gewoon parkeren zonder vergunning en is het ook niet betaald. Bovendien is het zondag dus wat maken ze ons.




Mooie plaats met grootse architectuur. Na de lunch lopen we nog een uurtje rond en dan gaan we door naar Piran.

Daar wacht ons de tweede fantástische airBnB. Dit terras!


Onder dit terras hebben we nog een balkon dat helemaal rond twee kanten van het huis loopt. Altijd een goed plekje dus, in de zon, uit de zon, in of uit de wind. En waaien doet het! Onze charmante Italiaanse host zegt het al: ‘You will love…but windy, windy…’ Je was is in een uurtje droog maar de horren kunnen soms niet voor de ramen anders waaien ze stuk.

Dat brengt mij op mijn grootste vakantie-ergernis. ‘s Avonds baad ik in 50% Deet. Ik bezwijk zowat zelf aan de lucht. Alsnog stop ik mijn (boven én onder) besprayde voeten, hoe heet het ook is, onder de deken. Want muggenbeten op mijn voeten wil ik ab-so-luut niet. Martijn ligt onbespoten languit op de dekens naast me. For grabs! Hij gaat ervan uit dat die hoeveelheid Deet van mij zijn lijf ook wel covert.
En dan word ik dus wakker van gezoem en jeuk:

Vier beten op één voet, aaargh. Hoe dan! Martijn uiteraard nul.

Het appartement dat we nu hebben is groot en van alles voorzien. Van alles en nog wat bedoel ik eigenlijk, want het is nogal overgedecoreerd. Overal schaaltjes, vaasjes, frutsels en vooral: kleedjes.


Op het aanrecht verplaats ik twee kristallen schalen-op-kleedjes om werkruimte te maken en verder probeer ik mijn zen te bewaren. Tussen de vele schilderijen van Piran hangen trouwens ook twee beschilderde bijenkastdeurtjes! Heel leuk.

Piran is waanzinnig schilderachtig.


Op het plein staat violist en componist Giuseppe Tartini.

En ook nog een ander beeld dat ik vind lijken op De verwoeste stad van Zadkine zo met dat gat bij zijn hart.

Maar blijkbaar gaat het bij dit beeld niet om het hart, maar om de teen..? Ik druk precies af op het moment dat iemand in zijn teen knijpt. Ik heb niet kunnen terugvinden waarom mensen dit doen. Het zal wel geluk brengen.



Bij de haven zijn er parkeerplekken gereserveerd voor de vissers.


Elke ochtend om een uur of zeven nemen we een koude duik in zee. Met de snorkels natuurlijk, want de visjes zijn het leukst. Er zijn veel kleine en nog kleinere visjes, soms een iets groter exemplaar, veel kleine kwalletjes en ik zag ook een soort mega-tarantula, een donkere krab denk ik.

Als we ‘s middags aan het water aan de cocktails zitten, ziet Martijn opeens dolfijnen voorbij komen. Onze host had al laten weten dat er dolfijnen zitten, later begrijpen we dat ze ze zelf nog niet gezien heeft dit jaar. Als ik mijn foto’s terugkijk, zie ik pas wat ik precies heb vastgelegd. Hahaha, ook mooi. En de dolfijn staat er nog op ook!

Als je goed kijkt helemaal links, zie je een vin.

Later die avond sta ik op ons terras op dolfijnenwacht en komen ze nog een keer langs, ditmaal aan de andere kant van de stad. Pogingen om de dieren te fotograferen, staken we snel. Het lukt niet goed en het is vooral zonde om niet van het moment zelf te genieten. Dolfijnen vanaf je dakterras, dat is echt uniek!

Minder uniek is de zonsondergang.

Meer een klassieker die nooit verveelt 🙂


We zoeken ons een ongeluk naar gewone thee, maar ho maar. De meest exotische smaken komen voorbij, groen, kruiden, alles hebben ze. Maar geen simpele zwarte thee. Dan maar vlierbloesemthee. Gatver.

We wandelen nog naar natuurgebied Strunjan met zoutpannen en mooie uitkijkpunten.


Dit is wel leuk gedaan, door de gaatjes zie je naar welke berg je kijkt.

De laatste dag bezoeken we de grotten van Škocjan. Het eerste deel met een gids, het tweede mag je zonder. Ook wel fijn.

Nog één stop te gaan: Ulm.
Lees hier voorgaande edities: Fürth en Nürnberg, Radovljica, Bled en Ljubljana en Julische Alpen.

5 Replies to “Triëst en Piran”

  1. Ook weer genieten van dit verslag Mara. Leuk dat die teen is gaan glimmen. Inderdaad veel overeenkomst met Zadkine in Rdam. Veel plezier nog op deze reis en hopelijk minder of geen bulten meer, want wat een crime is dat inderdaad.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Het privacybeleid en de gebruikersvoorwaarden van reCAPTCHA zijn van toepassing.