Hagrid en de mannen van de garage

“Kun je hem nog een klein stukje naar voren rijden, ik kan er zo niet uit.”
We staan net in de parkeergarage en een paal barricadeert de deur aan de passagierskant. Met een keihard tikken laat de auto weten niet meer te willen starten. De lampjes op mijn dashboard branden massaal.

Voor de deur van de lunchroom bel ik alvast mijn vrienden van de Wegenwacht. ‘Dit nummer is niet in gebruik.’
Het nummer op mijn pas werkt gelukkig wel. In welke parkeergarage ik sta? Geen idee. Die in Spijkenisse onder de Hema. De doorrijhoogte weet ik ook echt niet, sorry.
Ze komen tussen twee en drie en bellen me vijf minuten van tevoren. Mooi. Dan kunnen we eerst lunchen.

Om half drie hebben we het hele centrum van Spijkenisse al meermaals door geijsbeerd. Ik krijg een sms van de Wegenwacht, die zich ervan bewust is dat we nog hulp nodig hebben en dat ze er zo snel mogelijk aankomen. Netjes.
Niet veel later krijg ik inderdaad een telefoontje: nog drie minuutjes. “We staan in sectie E!”

De Wegenwacht, type Hagrid, ziet eruit alsof hij ons in geval van nood ook wel over de schouder wil gooien om ons zo thuis te brengen. “Probeer eens te starten.”
De auto begint weer keihard te tikken. “Oh, ik hoor het al. Wat denk je dat het is?”
“De accu denk ik? Dat het startrelais daarom zo tikt?” Natuurlijk heb ik deze informatie alleen maar omdat ik zojuist gegoogled heb op ‘tikkend geluid, motor start niet’ maar ik kijk er blijkbaar zo geloofwaardig bij dat ik een goedkeurend knikje krijg. “Precies.”

Het vorige telefoonnummer blijkt al meer dan tien jaar uit de lucht te zijn. Zo lang heb ik dus al geen pech onderweg! Zou dat braaf zwaaien naar elke Wegenwacht die ik zie toch effect hebben?
Hagrid doet zijn truc met startkabels en ik ga naar de betaalautomaat. “Niet straks de sleutel omdraaien. Niet straks de sleutel omdraaien.”

Met nog een korte stop in Spijkenisse (Niet die sleutel…!) rijd ik door naar de garage.
“Mag ik hem hier neerzetten? Want als ik de motor uitzet, krijg ik hem niet meer aan.”
“O, ben je er zo een?”
“Ja. Zo een.”

Binnen word ik hartelijk begroet. “Nou, zo enthousiast waren ze bij mij niet, hoor,” zegt de vrouw die voor me staat aan de balie. Dat de een me Maja en de ander me Tamara noemt, neem ik voor lief. Want ik krijg thee, ze gaan voor me aan de slag en voor ik het weet, rijd ik met een nieuwe accu gewoon weer naar huis.

Avonturen met een anticlimax zijn heerlijk als je ze zelf meemaakt. Met dank aan alle redders in nood.

Zomaar een donderdag

Vandaag deed ik iets dat ik nooit eerder deed: laptop mee naar de lunchroom en daar met thee en een taartje aan mijn cursus werken. Beviel goed!

Daarna naar het Nederlands fotomuseum voor de tentoonstelling van Katrien de Blauwer.


Mooie combinaties! Al vond ik niet elke collage even fantastisch.

Omdat ik er toch was, kon ik ook nog even langs de nominaties voor het Steenbergen Stipendium.



Geen donderdag hetzelfde. Wel vaak een echte genietdag.

Overdag is het een floss-pick…

Deze flosdingen zie ik zo vaak op straat liggen, dat ik vermoed dat ze nog een alternatieve functie hebben à la slagroompatronen. Maar waarvoor worden ze dan precies gebruikt? Heb ik een hype gemist? Of wordt er toch gewoon geflost en getosst?

Afgerond

Waarom, Adobe? Waarom afgeronde hoeken bij Photoshop en bij de rest van de programma’s een strakke rechthoek?

Luie dagen

Vanwege knuffelzin vroeg ik aan Daphne of Casper misschien mocht komen logeren. Het mocht!

En zo begin ik het nieuwe jaar met een paar heerlijk luie dagen. Het is dat mijn rug op den duur gaat protesteren, anders kwam ik helemaal niet meer van de bank. Zó fijn met een bundeltje slapende poes in je armen. Of op schoot. Of op een onmogelijke positie waardoor er langzaam ledematen afsterven.

Dankjewel lieve Daphne, dat je Casper zomaar uitleent voor een knuffelvakantie.

En verder sta ik af en toe in de keuken om wat nieuws te proberen, zoals deze shortbread met een bodem van dadels en een vulling van zoete aardappel.

Of juist voor good old comfort food, zoals erwtensoep of warme chocolademelk met slagroom en een scheut PX sherry, kaneel en chili.


We gingen ook nog naar Delft, voor de tentoonstelling van Pieter de Hooch. Leuk, deze Delftsblauwe klinkertjes die her en der de straat opvrolijken.

Grappig: de Hooch maakte best veel vierkante schilderijen. Zeer Instagrammable.


Deze vond ik ook mooi groen en anders dan de rest. Zo te zien krijgt het meisje bezoek.

Mijn tentoonstellingsgewoonte is om ansichtkaarten te kopen van de werken die mij aanspraken, maar meestal hebben ze die dan precies niet. Of zijn ze zo slecht van kwaliteit, dat de kaart niet meer op het schilderij lijkt. In dit geval hadden ze een kaart van het vierkante schilderij van de moeder die haar kind zit te luizenpluizen, maar ze hadden er delen afgehakt tot liggend formaat en de kleuren waren zo donker en dof dat ik er niets meer bij voelde. Jammer. De afbeeldingen hierboven plukte ik daarom van Wikimedia Commons.

Acht, zeven, zes, vijf…

Lange avond altijd, oudejaarsavond.

Om wat te doen te hebben én gezellig lang te kunnen tafelen, bedachten we een achtgangendiner, met elk uur een ander hapje.

17.00 uur:
Garnalen met chorizo, citroen en chilivlokken. Daarbij een biologisch roséwijntje uit het Goudse kerstpakket.

In eerste instantie denk ik dat heel Feijenoord in de fik staat, maar hier rolt de horrormist binnen twee minuten het eiland op. De Erasmusbrug is nu weg.

18.00 uur:
Miniquiche met bloemkool, erwtjes en gorgonzola.

19.00 uur:
Gebraden kip met kersencompôte. Met een heerlijke rode wijn erbij.


Hee, we hebben weer zicht!

20.00 uur:
Zelfgemaakte ravioli met pompoen-parmezaanvulling en salieboter.

Het valt nog niet mee om een fatsoenlijke foto te krijgen bij kunstlicht. Dit lijkt toch meer op een loempia… hoe dan ook, de smaak is er niet minder om.

21.00 uur:
Bruschette met biefstuk, roomkaas, rucola en knoflook.

22.00 uur:
Medjoul dadel, gevuld met roomkaas met cashewnoten en omwikkeld met bacon.

23.00 uur:
Cakeje met appel, kaneel, pecannoten en ahornsiroop. Met een kop thee. De vaatwasser draait een derde ronde en wij worden het koken nu lichtelijk zat.

00.00 uur:
Zeeuwse bolussen en cava.

We nemen de fles en twee glazen mee naar de punt van het eiland om naar het nationaal vuurwerk te kijken. Het blijft magisch, dat aftellen en daarna het vuurwerk op muziek getimed.


Een gelukkig 2020!

White picket fence

Het is zo’n zonovergoten dag waarop het gras groener en de lucht blauwer is dan anders. Eén en al idylle langs de Vlist.

Het hek ligt er bijna te dik bovenop.

Gelukkig lopen we met de zon in de rug, anders was het flink knijpen geweest. Scheelt toch een rimpel.

Het bootje zoekt een dieper doel. Blijft desondanks een plaatje.

Nummer 52

Vandaag maakten we de 52e wandeling van dit jaar. We liepen 506,5 km in totaal; een gemiddelde van 9.74 km per week. Daar zaten korte rondjes tussen in verband met regen, en langere wandelingen tijdens vakanties.

We kozen de wandeling Kozakkenput. Saaie route, maar wel lekker buiten, bos en zon.

Kerstvolkje

Een kerstvolkje, compleet met oren en tien vingers. Zo leuk! Neefje Liam heeft nog een paar keer gecheckt of de tekening echt in mijn tas zat, maar die bezorgdheid was nergens voor nodig want het is mijn lievelingscadeau.

Geweldige gezichtsuitdrukking ook.

Later op de middag werd het vooral productie draaien. Er kwamen sterrenmachines op papier, machines voor levende deuren en mensenmachines die ook monsters maakten. Mooie fantasie, maar de tekening werd ondergeschikt aan het verhaal. Ik voeg het volkje toe aan de kunstcollectie.