Fanny kannie koken

Normaal neem ik altijd van die vierkante plakjes bladerdeeg uit de vriezer. Maar als het pakje eenmaal open is, dan drogen de randjes van de resterende plakjes na verloop van tijd helemaal uit en kun je ze weggooien. (Of, zoals ik, er heel vieze appelflappen mee maken, die je uiteindelijk na vier dappere happen ook weggooit.)

Ik besloot een keer zo’n rol bladerdeeg uit de koeling te kopen. Tante Fanny keek me bemoedigend aan.


Zeg nou zelf, ze ziet eruit alsof ze weet waar ze het over heeft. Tante Fanny wóónt in de keuken, weet raad met de deegroller en heeft door het constante kneden spierballen waar Popeye jaloers op is.

Dacht ik.
Maar wat het ook voor deeg was (pizzadeeg? brooddeeg?), het kwam niet in de buurt van bladerdeeg! Geen laagjes, niet luchtig, geen romige smaak.

Neptante.

Haar op mijn tanden

Dat kwam zo:
Als je een mondkapje draagt terwijl de kapper je pony knipt, belanden die losse kriebelhaartjes deels in het mondkapje. Zodra je dan iets gaat zeggen, zitten ze in je mond. En op je tanden.

En dus weigerde ik daarna voor het eerst een opdracht van mijn werk. Misschien lag dat aan het programma waarin ik de opdracht moest doen (Word! brrr..), misschien lag het aan de absurde drukte of aan de technische issues van mijn apparatuur, maar toch.
Verdacht toevallig.

Niet alles was vroeger beter, maar dit wel


Een ijkpunt langs de weg. Zo lang ik mij kan herinneren reden wij langs VAN LEEUWEN BUIZEN.

Maar nu is het bord veranderd (alweer een tijdje trouwens, maar eerder kon ik er nog geen woorden voor vinden).


WAT?! HEBBEN! ZE! GEDAAN???!
Ik vind het nieuwe logo spuuglelijk en dat More than tubes tenenkrommend. Elke keer dat ik hier nu langsrijd, moet ik een beetje huilen.


Beide foto’s zijn niet van mij. Ik heb ze zomaar van internet geplukt. Bovenste foto zonder vermelding van fotograaf, de onderste is van Frank Hensen.

Een treurig verhaal

De verrukte blik in de ogen van een jongetje dat op zijn fietsje langs deze berg grof vuil rijdt. “Wooooh wat een grote beer!”
Ik hoor hem denken: “Hoe krijg ik deze ongezien naar mijn kamer gesmokkeld?” Het jongetje stapt af om eens goed te kijken. Hij wipt wat heen en weer van het ene op het andere been en druipt dan af.
“Mamma merkt toch altijd alles…”

Nu ligt de beer dubbel afgedankt in de regen te verzuipen.

Met 24 rollen wc-papier over 2 bruggen

Net thuis uit Ouddorp, nul eten in de koelkast en een drukke week voor de boeg. Nog maar vlug op zondagavond naar de Jumbo dan. Ik fiets de Koniginnebrug over. Net op tijd, want er wordt geseind dat de brug omhoog gaat.

Met 7,5 kg boodschappen op mijn rug, 24 rollen wc-papier aan mijn stuur en enkele flessen wijn in de fietstassen, kom ik terug bij de Koninginnebrug. Hé, alweer open? Of… nog steeds?? O-oh. Die brug staat best vaak in storing. En ik zie al mensen omdraaien. Nergens een boot te bekennen die erdoor moet.

Omfietsen dus. 3,5 km. Heel goed dat ik de urge heb weerstaan om met dit laatste lekkere weer nog waterijsjes in de kar te gooien, want die hadden het niet overleefd. Bij het Poortgebouw sta ik vervolgens ook nog voor een open brug maar deze gaat gelukkig na vijf minuten wél weer omlaag. De Erasmusbrug over, de Boompjes (hé er zit een pop-up bar. Iets met Palmboompjes. geinig. Of het gesponsord wordt door Palm bier is me niet 1-2-3 duidelijk), over de Willemsbrug. Als ik eenmaal het eiland op fiets, staat de brug nog steeds open. Balen voor iedereen die er nog steeds voor staat natuurlijk, maar ik denk alleen: GELUKKIG.

Echt mijn weekend


Best fris, zo ‘s morgens om 8.30 uur op het bankje voor de caravan in Ouddorp.


Maar ingepakt als een eskimo met een dampende mok thee gaat het best. Als de zon eenmaal over de heg piept, warmt het vlug op.

Missie: een deel van het schuurtje in de beits zetten.

Honderd punten voor de fotograaf die mijn korte pootjes hier tot lange stelten getransformeerd heeft! Jammer van die aanstellerige hoofdtooi. Maar als je na slechts één keer rollen de witte spetters uit je haar staat te poetsen met terpentine, snap je hier meteen de noodzaak van.


Verder luieren wij lekker in de tuin en laten we ons toezingen door alle vogels. Roodborstjes hebben twee tunes ontdekken we. Ze kunnen heel mooi melodieus zingen, maar ze hebben ook een soort repeterend getik: dat is het Neurootborstje (mooi nieuw character voor een ASN commercial).

Martijn bemoeit zich met de barbecue en ik pluk verse kruiden uit de tuin voor door de boter en de salade. Wat een leven.


Zaterdag wandelen we bij Rockanje door bos en duinen (schoenen AAN) over strand en door de branding (schoenen UIT).



De zoomfunctie van Martijns camera tovert een batterij zeehondjes tevoorschijn die met het blote oog wat stippen op de zandbank in de verte zijn. Wat leuk!! En wat veel!

Die man in het water verderop, heeft hij ook wat in het vizier? Ik tuur steeds in zijn richting maar we hebben fel tegenlicht. Pas als we vlakbij de man zijn, zie ik opeens een piemel bungelen. O help, hij is in zijn blootje! En ik maar staren…

“Het is echt jouw weekend, he,” grijnst Martijn.

Ik zag een egeltje!

Een levende!!

Mijn beeld van de egel was zo’n platgewalst beestje dat met uitpuilende ingewanden op of langs de weg lag. Ik heb in mijn leven een hoop egels gezien, maar ik kon me niet herinneren dat ik ooit een lévende zag. Het was al een hele tijd een vurige wens.

Dit weekend gebeurde het. Ik hoorde hem eerder dan dat ik hem zag. Egels kunnen blijkbaar niet zo goed sluipen 🙂 Hij was lekker in de bladeren aan het scharrelen. Heb er geen foto van want het was al redelijk donker. Ik zat nog nét even op egelwacht. Dit klinkt heel simpel: ga gewoon ergens in een tuin zitten afwachten en dan rennen de egels vanzelf naar je toe. Maar jullie weten niet hoe vaak ik al vruchteloos op egelwacht zat, in kou en donker. Ook de volgende avond zaten we tevergeefs met gespitste oren in het donker. Toch moet hij zich ‘s nachts over het gras verplaatst hebben. Ziehier het bewijsstuk.

Ottoland

Wat een heerlijk weer. We doen een rondje Ottoland dwars door het weiland. Koeien, gras en blauwe lucht. Onderweg komen we een theetuin tegen die er exact uitziet als je van een theetuin verwacht.


De idylle. We strijken neer voor thee met appeltaart. Bij de entree ligt een blad met QR-code voor een coronagezondheidscheck. De QR-code was niet compleet dus scannen lukte niet goed. Toen ik dat meldde, haalde de theemevrouw haar schouders op. “Jullie zijn de eersten die hem invullen…vorige week was ik bij verschillende restaurants en daar was ook niks van een check hoor… dat blad ligt daar omdat ze het aanraadden, maar verder…”



Struisvogeleieren!! O nee…. paddestoelen.

42 en velden vol paars

Zodra ik wakker ben, open ik de verjaardagskaartjes die een dag te vroeg in de bus lagen. Ik hou zo van kaartjes! Voel me direct jarig.


Martijn bakt van die fluffy pannenkoekjes. Met bramen.


Verder sta ik op mijn gemak in de keuken om een cake te bakken, een pan soep en wat hapjes te maken voor ouders en schoonouders die aan de kade coronaproof komen borrelen. Als het niet gaat hozen. Dat blijft tot het laatst onzeker maar we hebben mazzel: het blijft droog.


De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar de heide. Eerst wandelen op de Sallandse Heuvelrug, daarna door naar Dwingeloo, Drenthe.

De Sallandse Heuvelrug heeft by far de mooiste heide die ik ooit heb gezien. Eén grote paarse zee. Geen enkele foto of video doet recht aan de kleur en de diepte van de eindeloze velden.

Het weer valt mee. De lucht switcht van dreigend maar stralend en vice versa. De eerste twee dagen voelen we drie spetters en de laatste dag een flinke regenbui. Die de heide eigenlijk nóg magischer maakt.



De heide bij Dwingelderveld is totaal anders. Dit is een soort steppelandschap. Weinig paars, toch erg indrukwekkend.



Veel sporen in het zand. Mooi licht in het bos.


De derde dag gaan we terug naar de Sallandse Heuvelrug. Waar je me rustig kunt achterlaten tot de heide is uitgebloeid.