Hiep hiep voor de bieb

Ben jij nog lid van de bibliotheek? Waarschijnlijk niet. Vanwege de komst van een e-reader, of je koopt af en toe een nieuw boek.
Zelf kom ik eigenlijk ook bijna nooit meer in de bibliotheek. Als ik iets te lezen wil, dan kijk ik in de minibieb voor de deur, ik leen boeken van mijn zus of ik blader door een tijdschrift.

Toch ben en blijf ik graag lid van de bibliotheek. Simpelweg omdat ik wil dat de bibliotheek blijft bestaan. Ik hou van boeken van papier en ik vind de bieb altijd een fijne, rustige plek. Daarnaast vind ik het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot het lezen van boeken en het opzoeken van informatie. Eigenlijk is mijn contributie dus een verkapte donatie.

Maar heel af en toe maak ik van mijn lidmaatschap gebruik: Ik leen altijd een reisgidsje om mee te nemen op vakantie. En zo kwam het dat ik laatst in de hal van de Centrale met mijn neus in de boter viel. Er was precies een boekenmarkt van afgeschreven boeken. Alles voor 1 euro per boek. Ik kocht wat boeken voor in de minibieb maar stuitte ook op dit juweeltje: Een boek met allemaal metrokaarten.
Deal van het jaar hoor, dit. Kijk nou hoe FANTASTISCH al die verschillende lijnen lopen!

Deze van Moskou uit 1980 is mijn favoriet.

Lekker wonky, deze kaart van Mexico-Stad.

Werkt ook wel, deze versie op zwart van Montréal.

Stuttgart…. pfff… de moed zinkt me in de schoenen. Superonoverzichtelijk. Vonden ze zelf ook, daarom wordt dit ontwerp uit 2004 nauwelijks gebruikt. Dat wij dit niet makkelijk leesbaar vinden, komt waarschijnlijk door de hoek van 30 graden in plaats van de gebruikelijke 45 en 90 graden.

In Seoul ben je ook wel even bezig met puzzelen. Maar dat ligt natuurlijk vooral aan het schrift.

En nog eentje uit New York van 1948.

Culinair Andalusië

Omdat Monachil een klein bergdorp is zonder al teveel restaurantjes, hebben we de eerste dagen daar lekker geborreld en gebarbecued op het terras. Niks mis mee.

In Cómpeta kwam de eerste onbekende tapa op tafel.

Berenjena frita con miel de cana: gebakken aubergine met rietsuikerstroop.

In Córdoba werd dit gerechtje wegens succes herhaald, en proefden we bovendien Salmorejo, een koude crème van tomaten, brood en knoflook. Heerlijk fris!

In Sevilla aten we de laatste avond bij La Chalá. Net als de meeste restaurantjes ging het pas om 21.00 uur open. Kan ik slecht aan wennen, mijn trek is dan al overgewaaid. Maar de paar tapas die we proefden, waren erg de moeite waard.

Abóndigas de choco de trasmallo en su tinta (inktvisballetjes in inkt)

En de meest vreemde combinatie: gebakken gerookte kaas met pinda’s en een soort pesto met komijn in amarenekersenjam. Wonderlijk, maar lekker.

Ik heb echt héérlijk gegeten, maar ook in Nederland trek ik twee weken achter elkaar uit eten slecht. Veel te zout, te vet en te weinig groenten. En de Spaanse keuken heeft vooral veel worstjes, kaas, gefrituurde vanalles en eventuele groenten liggen in een plas olijfolie. Straks ga ik een grote pan groentesoep maken.

En toen?

En toen begaf de laptop het en kon ik geen stukjes meer schrijven vanuit Spanje.

Inmiddels ben ik thuis, heb ik gisteren bijna de hele groenteafdeling van de Jumbo in mijn fietstassen gepropt en werd ik vanmorgen vroeg met een heel blij gevoel wakker. Ik ben nou eenmaal een huismus. Een huismus met een drang naar avontuur, dat wel.

We hebben nog genoeg beleefd!


Cómpeta, een prachtig wit dorpje in de bergen, was de volgende bestemming. Wel een beetje een Engelse enclave, merkten we. We hadden een airbnb waar de eigenaresse in de wintermaanden zelf woonde. Goed te merken aan de zorg en liefde die aan de kamers besteed was. Dat woont gewoon prettiger.

De buurpoes kwam regelmatig binnen om kopjes te geven en zich te laten aaien. :)
Ook had dit huis allerlei terrassen, een jacuzzi en een buitendouche met warm water. Heel bijzonder om te douchen onder de sterrenhemel!

Ons oude overbuurvrouwtje had het helaas niet zo op de jacuzzi en de buitendouche. En eigenlijk ook niet zo op toeristen. Of expats. Of op het leven in het algemeen. Ze jammerde aan een stuk door in rap Spaans tegen ons aan. Martijn heeft met zijn engelengeduld een half uur aandachtig staan luisteren of hij er wijs uit kon. Ik was vooral bezorgd dat ze lekkage had, of dat we op een andere manier schade veroorzaakten en appte de eigenaresse, die de zaak meteen ophelderde.

Het huisje was hoog en smal, met allemaal trappetjes. Ik slipte vanaf de tredes naar de keuken en belandde met mijn rug op de betegelde rand. Auw! Gelukkig kwam ik er met een schaafwond en drie dagen flinke spierpijn in rug en nek vanaf. Ik denk dat het blijven bewegen (de volgende dag maakten we alweer een lange bergtocht met rugzak op) het herstel bevorderd heeft. En niet te vergeten de jacuzzi! Een weldaad voor de rug en vermoeide voeten.

Lopen, lopen, lopen. In Cómpeta deden we een leuke route langs alle mozaïeken van het dorp.

En in de bergen rondom het dorp maakten we ook de nodige kilometers. Soms miste er een loopbrug die wel in de route beschreven stond. Schoenen uit en gaan!

Mijn voeten kregen het wel te verduren: een zwarte nagel wegens te krappe wandelschoen en op de andere voet een muggenbeet. Grr…

De grotten van Nerja zijn enorm! Erg mooi, alleen de manier waarop je verplicht in een kudde van een man of dertig door de grotten gedirigeerd wordt, deed echt afbreuk aan het bezoek.

Op naar Sevilla!
Op 12 oktober, Dia de la Hispanidad, werd ik ‘s morgen heel vroeg wakker door gezang. Vanaf ons balkon ontwaarde ik een kleine processie met dragers van een heiligenbeeld en allemaal kaarsen. Speciaal moment, waarvan geen foto’s.

Wel genoeg foto’s van de must-sees Metropol Parasol, Plaza España en de Real Alcázar (waarbij ik onwillekeurig van Real in mijn hoofd steeds ‘echte’ maak in plaats van ‘koninklijk’).

Bovenop Metropol Parasol

Plaza España. Het lijkt bewolkt en dat was het ook, alleen wel bij 34 graden.

Real Alcázar doet niet onder voor het Alhambra. Wat de meeste indruk op mij maakt, is dat er geen ongedecoreerd stukje vloer, wand of plafond te vinden is. En alle tegeltjes en patronen zijn weer anders.

In Córdoba bezochten we nog de Mezquita, dat mij enorm verraste. Zo’n bijzonder gebouw! Prachtig!

Loopt altijd goed af

Verlammende paniek.
Hoogtevrees is niet handig op een smal paadje met een afgrond naast me.
“Ga anders even zitten,” probeert Martijn.
Lief, maar ik kan niet voor- of achteruit. Bewegen is überhaupt geen optie. Ik moet afwachten tot de angst weer wat wegebt. Diep ademhalen. Gewoon doorlopen. Ik kan dit.

En ik wil het ook zo graag. De uitzichten zijn super. We wandelden drie dagen vanuit Monachil, en alledrie de wandelingen zijn compleet anders. De ene leidt ons via grotten naar een afwisselend dal, de tweede laat ons een kilometer klimmen door het bos (we zien nog 2 hertjes!) en de derde loopt langs verschillende wijngaarden en dorpjes.

Wel geleerd: wat de Spanjaarden aanduiden als “medium moeilijkheidsgraad” en “ook leuk met kinderen” betekent eigenlijk: “Je sterft duizend doden onderweg” en “Ben je niet goed bij je hoofd?!” Volop afgronden, gammele bruggetjes en hellende randjes.

Een gps is ook essentieel. Er staat een bordje bij het beginpunt, maar verder moet je het echt zelf uitzoeken. Zelfs mét gps zijn de paden niet makkelijk te vinden. Op een bepaald moment lopen we heus evenwijdig aan de beoogde route, maar, zo piep ik tegen Martijn: “We zitten nu op de verkeerde berg, toch?” Tussen de twee bergen een onoverbrugbare kloof. Geen idee of we ooit nog naar de goede kant terug kunnen.
Na vier pittige uren wandelen vind ik dit iets te spannend, maar Martijn heeft vertrouwen. En een avontuur is het wel. Schitterend landschap ook.

Granada

Als echte forenzen komen we in de ochtendspits van Monachil naar Granada in een kleine file terecht. Kaartjes voor het Alhambra waren allemaal al vergeven, behalve die van 8.30 uur. Dus staan we vroeg op en redden het prima op tijd. Als de kassa’s (en godzijdank ook de wcs!) om 8.00 uur open gaan, duurt het precies 2 minuten voordat alle 600 nog beschikbare kaartjes voor die dag uit de vrije verkoop zijn uitverkocht.

Het Alhambra hangt aan elkaar van de prachtige decoraties. Enorm gedetailleerd houtsnijwerk, steenhakwerk en kleurige mozaïeken.

Ook de spiegelende waterbassins zijn schitterend.

En tussen de priegelwerken in de plafonds blijken ook luchtgaten te zitten! Grappig, want die zie je echt niet van binnenuit.

Wat betekenen toch al die waterkommen? Zou het gewoon slim gedragsdesign zijn? Opdat je niet verder deze nisjes in loopt? Zou heel effectief zijn, want niemand waagt er een stap te zetten.

Na ons bezoek aan Alhambra strijken we neer op een terras voor koffie, maar we merken direct dat we hier churros met warme chocolademelk moeten bestellen – conform de andere tafels. Lekker! Chocolade’melk’ dekt de lading niet helemaal, het is meer chocoladeroom. De churros worden erin gedipt.

We lopen door de wijk Albaicin naar Mirador de San Nicolas voor een mooi uitzicht op het paleizencomplex.

Granada heeft zijn naam te danken aan de granaatappel. Die hier inderdaad overal in de omgeving groeit.

De gevels op dit plein zijn heel mooi beschilderd.

Verderop staat nog een bakje met opgerolde gedichten die je kunt pakken voor een vrijwillige bijdrage. Mijn Spaans is jammer genoeg niet goed genoeg, maar Google Translate zorgt voor verheldering. Een beetje pathetisch misschien, maar ik hou wel van dit soort gedichten.

Netkousbergen en paddenstoelenchips

Op het vliegveld van Málaga krijgen we een knalrode Fiat Panda mee. Off we go!

Het landschap bestaat uit bergen die zo beplant zijn dat het lijkt of ze netkousen dragen.

Eén van mijn favoriete vakantieactiviteiten is boodschappen doen. Wat heeft de supermarkt allemaal te bieden? Ik zou het gezicht wel eens willen zien van een Spanjaard die in Nederland lenteuitjes ziet liggen. Een bosje miezerige mini’s. Hier in Spanje krijg je drie joekels van uien, het groen is echt bijzaak.
Verder proefden we paddenstoelenchips: aanrader!! En witte Rioja: mwah.

Ons eerste appartement in Monachil heeft een megagroot dakterras, zo fijn! We borrelen en barbecueën en genieten van een prachtige zonsondergang. De honden van het dorp hebben een blaf- en jankuurtje. Wij lopen nog een rondje en gaan vroeg naar bed.

Het leven van een ambtenaar

Sinds april werk ik bij de gemeente Gouda en dus ben ik ambtenaar. Een stap die ik zet om verder te komen, maar mijn imago klettert vanuit de hippe reclamewereld een stoffige kelder in.

Lekker laten liggen.

De waarheid is dat de gemeente mij trakteert op hersenvoer in de meest uiteenlopende onderwerpen. Werken mijn collega’s bijna allemaal voor één afdeling, ik vlieg van afval naar financiën en van jeugdzorg naar de Databrigade. Voor de één maak ik een proces inzichtelijk met een infographic, voor een ander ontwerp ik een flyer die analfabeten ook snappen. Oorkondes, bundels, verkeersborden, bidbooks, bordspellen, presentaties… ik mag mijn tanden overal in zetten. Heerlijk!

Heb je er al beeld bij? Hieronder enkele voorbeelden.

Collage en gedicht bij een stuk over diversiteit en inclusie

Logo voor vergroeningsproject vanuit burgerinitiatieven

Infographic voor het Expertisehuis Communicatie

Geitenkaas

In Ouddorp kwam ik erachter dat ik naast de benodigde boodschapjes ook mijn geitenkaas meegebracht had. Voor thuis. Die moest weer terug.

Na ons heerlijke weekendje nam ik het pakje braaf mee naar de koelkast van Martijn. Ik nam het de volgende dag mee naar mijn werk en dan moest ik het ‘s middags alleen niet vergeten mee naar huis te nemen.

In de trein naar huis zag ik een reclame voor geitenkaas.
Shit.

De volgende dag zou ik na mijn werk naar Utrecht gaan en dan bij Martijn blijven slapen. Woensdag dan maar. Woensdag echt niet vergeten want donderdag was ik vrij en vrijdag ging ik na mijn werk eten in Alphen en dan was ik het weekend weer bij Martijn. Ik zette een herinnering in mijn telefoon.

O ja, de geitenkaas! Ik was blij met het bliepje van mijn telefoon. Zo gelijk even pakken.

Op het station kwam ik een collega tegen die zich hardop afvroeg wat te koken voor een vegetarische vriendin. Iets met geitenkaas misschien?

….

Morgen poging drie.

Van de walvis in de sloot – een succesverhaal

Op uitnodiging van Stijn mocht ik een lezing bijwonen van Marleen van Rijswick, hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht. Zij vertelde het verhaal van deze kolossale walvis, die begin dit jaar in de Catharijnesingel opdook. Het kunstwerk van StudioKCA (NY) is gemaakt van plastic afval uit de oceaan bij Hawaï en vraagt aandacht voor de plastic soep. Ik vind het zo’n goed icoon omdat het idee geen uitleg nodig heeft. Het trekt de aandacht vanwege het formaat, je herkent er een walvis in en dan zie je al dat plastic. Eén en één is twee.

Van Rijswick zag de walvis in Brugge en wilde hem graag naar Utrecht halen. Maar hoe pak je zoiets aan? In de lezing volgen we het traject van wens tot uitvoering. Hoeveel partijen daarvoor nodig zijn en dat het effect van al deze samenwerkingen het primaire doel van bewustwording nog overstijgt. Hoeveel vergunningen er nodig zijn. Dat de hoge veiligheidsnormen in Nederland allemaal extra materialen voorschrijven- waarvoor ook weer vergunningen vereist zijn. Dat de oplossing van één probleem gelijk drie nieuwe creëert. En hoe het uiteindelijk toch voor elkaar komt.

Het kunstwerk neemt komend weekend afscheid van Utrecht en zal in Singapore weer boven water komen.

Blij (h)ei

De heide staat in bloei. Vast niet speciaal voor mijn verjaardag, maar zo voelt het altijd wel.

Bestemming van dit zonovergoten weekend is de Kalmthoutse heide.

We lopen de routes Haas en Mier.

Het landschap is zo prachtig. En stralend weer. Ik loop het hele weekend te stuiteren van geluk.

Dit!
Wow.

Ook nog kikkers.

We eten onze boterhammen op een kleedje onder een boom.

Mierenperspectief.

En wie ligt er weer te tukken?

Tegen het eind van de route drinken we een koude cola op het terras. Op naar het hotel!

De kamer is van een ongekende lelijkheid. Hoewel, ongekend… zo zien hotelkamers er eigenlijk best vaak uit.

Om het licht aan te krijgen, moet je hetzelfde pasje gebruiken als waarmee je de hotelkamerdeur openmaakt. Maar: het Sanquinpasje doet het ook!

Coole gast. En nee, de Aperol Spritz doet daar niets aan af ;)

We eten op het terras van De Teerkamer in Bergen op Zoom. Let op de weerspiegeling in het linker wijnglas. We zitten op een leuk pleintje. Wat vreemd is: blijkbaar krijg je hier als je auto chic genoeg is (cabrio/ SUV) vergunning om dwars over het plein te rijden en er te parkeren.

Dag twee. Slecht geslapen. Geeft niet. Ik heb heb er nog even veel zin in.

Het is zo mogelijk nóg warmer dan en even mooi als gisteren.

Een stokoud echtpaar komt ons hand in hand tegemoet. We moeten over een afzetting van schrikdraad. Er staat een trapje, maar voor het hoogbejaarde stel is dat wel een gehannes. Ze wachten tot wij er overheen geklommen zijn, zodat ze alle rust hebben om elkaar er overheen te helpen. Zo lief. Martijn belooft mij over het hek te dragen als het me later niet meer lukt. Fijn! Maar ook een rolstoel met schietstoel-functie is een optie.

We lopen Rups, Duin, een extra lusje, Lama (OK, Hertje) en Schaap.

Af en toe roept iemand: “Ik zie een schaap!” duidend op een routepaaltje van de route Schaap.
Opeens roept Martijn: “Ik zie een lijk!”

Ehm, ja… ik ook.

Nog wat mooie plaatjes: