Voor niks

Hb gehalte: 7.3. Aangezien je pas vanaf 7.8 bloed mag geven, schudt de medewerkster van de bloedbank haar hoofd. “Ik zal het voor alle zekerheid nog eens proberen…” Ze heeft er geen enkel vertrouwen in. Maar aangezien ik geen enkel vertrouwen heb in het vingerprik systeem en mij verder zó goed voel dat ik niks van die 7.3 geloof, stel ik voor om bloed uit mijn arm te prikken. Er zit nou eenmaal geen ijzer in mijn vingertoppen, weet ik uit ervaring.
7.9! De medewerkster kijkt verbaasd en ik triomfantelijk. Dat hele Hb apparaat mag van mij de vuilnisbak in. Significantie nul komma nul.

Opgetogen ga ik weer terug de wachtkamer in. Meneer Vrins roept me voor de afname. De arme jongen heet niet meneer Vrins, maar ik noem hem in gedachte zo omdat hij op mijn basisschoolleraar lijkt
“O, nee”, denk ik. “HIJ?!” Waarom ik aan zijn kwaliteiten twijfel weet ik niet eens. Misschien heeft hij eerder al eens misgeprikt? Misschien zijn zenuwachtige manier van doen? Misschien omdat hij op meneer Vrins lijkt en meer het type schat van een leraar is dan daadkrachtig bloedprikker? In elk geval zie ik het somber in.

Ter voorbereiding knipt meneer Vrins enkele plakbandjes waarmee hij straks de buis aan mijn arm gaat vastzetten. Ik weet niet of ik dit een goed teken vind. Oké, een goede voorbereiding is het halve werk, maar geroutineerde medewerkers kunnen dit als de noodzaak zich aandient.

Hij prikt mis.

Omdat de naald er niet meer uit mag als hij er eenmaal in zit, is het een kwestie van onderhuids wroeten met de naald totdat hij een ader raakt. Pijnlijk. Na enkele pogingen is het raak.

“Sorry” zegt meneer Vrins met een zenuwachtig lachje.

Het afname apparaat begint te piepen ten teken dat het te langzaam gaat. Meneer Vrins herschikt de plakbandjes en draait aan de naald. Het lampje springt weer op groen.

Dit herhaalt zich een aantal maal en ik merk dat het beter gaat als ik mijn arm wat naar buiten draai. Meneer Vrins geeft me een kussentje om in te knijpen. Dat helpt niet, maar met draaien lukt het me steeds weer om het lampje van rood naar groen te laten springen. Dan besluit meneer Vrins om nogmaals de plakbandjes eraf te halen om het buisje anders te leggen. “BLIJF ER NOU AF!!!” schreeuw ik inwendig. Meteen code rood. “In mijn idee zat het buisje daarnet toch beter”, zeg ik. Ik knijp in het kussentje alsof mijn leven er van afhangt.

“Ik denk wel dat je nu eerder opgeroepen wordt hoor. Het was maar 120 ml namelijk, nee dat is echt te weinig, ook voor de wetenschap.”
“Dus het gaat gewoon weg?”
“Het gaat gewoon weg.”

“Sorry”, zegt meneer Vrins nogmaals. Hulpeloos.

Ik baal omdat het al de tweede keer is dat bij mij een afname voortijds gestopt moet worden. Door mijn Hb gehalte word ik sowieso de helft van de keren afgekeurd, dus als het dan een keer kan DOE HET DAN GOED!!

Ik voel een grote blauwe plek opkomen. En een te hoge bloeddruk van frustratie.

4 Replies to “Voor niks”

  1. misschien moet je aan de plasmaferese. geen idee of dat sneller gaat, maar je kan in iedergeval vaker. en het duurt langer. dus dat is misschien ook niet handig. hmm. 120 ml is toch een wijnglas. misschien wil dracula het hebben.

  2. Helaas ben ik flauwgevallen nadat ik jaren geleden bloed heb gegeven: niet van de angst voor naalden o.i.d., maar mijn lichaam kan niet zoveel bloed missen en het duurt even voordat het t weer heeft aangemaakt. Omdat ik niet bang ben voor naalden en graag hulkp biedt, wilde ik het een paar jaar geleden weer proberen,. Maar ik mag echt niet :-(

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *