En wie staat er nu in haar hemd

Kleren die ik de komende tijd dus niet meer met goed fatsoen aan kan.

(En for the record, als Cool Rose type mag ik eigenlijk sowieso geen oranje. Mijn kleurenpaspoort waarschuwt streng: Avoid all orange and warm brown tones.)

Gulliver’s Travels III – Dublin

De bus zet ons af in Newry, alwaar we een gratis busje kunnen nemen naar het afgelegen treinstation. Het raarste treinstation ooit. Er is een soort hokje waar wij denken dat we de kaartjes moeten halen, maar iemand voor ons aan het loket komt een pakketje ophalen. Het duurt uren! Uiteindelijk snauwt een tweede bediende wat we daar moeten en Erwin stamelt dat we graag treinkaartjes zouden hebben naar Dublin. Alstublieft. De bediende snauwt de prijs. Wij proberen het kleingeld dat ik zo zorgvuldig voor de busreis verzameld had, maar Erwin op het moment supreme niet aan de buschauffeur overhandigd had, kwijt te raken (in Dublin betaalt men weer met euro’s, dus de ponden moeten op), maar ik vraag in een helder moment hoe laat de trein eigenlijk gaat. Over twee minuten ongeveer. Vergeet het kleingeld, we moeten rennen. De trein is superdeluxe met eigen tafeltjes en een mooi systeem dat vertelt bij welke halte de trein zich bevindt. Ik vraag me nog even af of we niet per ongeluk in de eerste klasse verzeild geraakt zijn, maar Erwin had daar lampjes op de tafeltjes gespot. En wij hebben geen lampjes. We merken niks van de grens met Ierland, behalve het verschijnen van plaatsnaambordjes is zowel engels als gaelic.
In Dublin is het hostel niet ver lopen. Het personeel is erg onaangenaam en beweert dat we meer moeten betalen dan afgesproken. Gelukkig hebben we printjes als bewijs bij ons en we krijgen de kamer voor het afgesproken bedrag. Plus 4 euro borg voor onze sleutelpasjes. De kamer is klein, maar we zitten op de 4e en hoogste verdieping en dat is weliswaar een hele klim, maar we hebben het voordeel van niemand boven ons en we hebben een dakraam. En de beloofde power-shower. En er liggen warempel handdoeken! We zitten vlakbij uitgaanswijk Temple Bar en daar eten we op een terras, want het is heerlijk weer. Er zijn verschillende straatartiesten, de meest spraakmakende een vijftal rastagasten die acrobatiek doen.
Vrijdagochtend ontbijten we in Apaches pizza, een pizzeria keten die ‘s morgens dienst doet als ontbijtzaal van het hostel. Het is een buffet met sinaasappelsap zo waterig dat je de sinaasappel niet proeft, thee, cornflakes, keuze uit bruin of wit toast en voor de apartementhouders (d.w.z. eigen badkamer) bagels met cream cheese en bacon. Deel je een badkamer, dan kost zo’n bagel 2 euro. Ik bestel een bagel met alleen cream cheese, en dat duurt dan weer een half uur om klaar te maken. Vandaag staat het verplichte cadeautjes shoppen op het programma. Ik vind dat altijd leuk, maar het is jammer dat er maar één grote keten souvenirwinkels is, dus alle winkels hebben hetzelfde. Pennen, asbakken, monsterlijke beeldjes waarvan niemand zou weten wat hij ermee eigenlijk mee moet, t-shirts, sleutelhangers, kortom, niks origineels. En we moeten alles nog inslaan. Als we de gekochte buit naar onze kamer brengen, blijkt de deur door de schoonmakers opengelaten! Bovendien ligt er een ranzige pluk haar op bed die niet van ons was. Erwin gaat klagen tegen dovemansoren, want ze vragen aan de balie niet eens om welke kamer het gaat. We gaan weer op pad, liggen een tijdlang in het gras van St Stephen’s Green en luisteren naar straatmuzikanten.

We bekijken de bruggen over de Liffey en lopen naar een uitkijkpunt, een schoorsteen waar je in naar boven kunt. Helaas is het al dicht.

De volgende dag bezoeken we Trinity. We krijgen een rondleiding van een student op slippers en in korte broek, die zo duidelijk en bekakt praat dat het lachwekkend is. Maar op zich wel fijn, want in plat Iers versta je echt geen woord. Hij vertelt een hoop interessante dingen over het gebouw. We worden losgelaten bij de tentoonstelling van het Book of Kells, een zeer rijk geïllustreerde versie van de 4 evangeliën.
Daarna willen we naar de Christ Church Cathedral en besluiten dit te doen in combinatie met een bezoek aan het Dublinia, een museum over de geschiedenis van Dublin, met ingerichte kamers en straattaferelen uit de Middeleeuwen en een sectie over de Vikingen. Wel geinig. In de kerk zelf bekijken we de treasury in de crypte, maar dat zegt me niet veel. Wel leuk vind ik de gemummificeerde kat en muis, die in het orgel gevonden zijn. De kat had de muis bijna te pakken, maar god moet ingegrepen hebben en ze zijn als versteend in die houding bewaard.

Met het beklimmen van de toren van de kathedraal viel de noodzaak weg om nog eens naar de schoonsteen uitkijk te gaan en we besluiten in plaats hiervan naar het andere park te lopen. Het Phoenix Park, het grootste park binnen een stad, verslaat zelfs Central Park in New York. Hier zijn Erwin en ik allebei een beetje verbrand. Erwin in zijn nek, en ik op mijn onderarmen, het enige stukje lijf dat niet bedekt was met een laagje factor 30. Op zo’n vakantie loop je altijd marathonafstanden. Wat ben ik blij met de o-zo-lelijke-maar-heerlijk-zittende-loopschoenen van mijn moeder! Ik had na een dag al begrepen dat mijn voeten niet blij werden van mijn mooie zwarte laarzen. Die trouwens ook prima zitten, maar dunne zolen hebben en geen vering. Terug in het centrum zien we iets geels in de rivier drijven. Het blijken duizenden badeendjes te zijn, erin gegooid door een radiozender die live verslag doet van de eendjes race. Het grote waarom is ons niet duidelijk, maar het is wel een vrolijk gezicht.

Met nog een volle dag en alle bezienswaardigheden in Dublin afgevinkt, pieker ik me suf over een dagbesteding. Ik zet in eerste instantie mijn zinnen op een kloostercomplex, waar je volgens de reisgids een hele dag kunt wandelen, maar hier blijken we anderhalf uur heen en anderhalf uur terug voor in de bus te moeten zitten, die trouwens maar op zeer beperkte tijden gaat. We besluiten naar Howth te gaan, een kustplaatsje op een half uur afstand met de trein. Ik hou van de trein, want de trein rijdt op rails en daar word ik lang zo misselijk niet van.
Bij aankomst in Howth op zondag lopen we naar het haventje, waar grote beesten zwemmen die we in eerste instantie niet herkennen. Zeehonden! Ze zien er raar uit omdat ze verticaal dobberen, in watertraphouding. Er zitten er wel vijf in het water, zo leuk.

We lopen over een pier naar de oude vuurtoren en zitten daar een tijdje van het uitzicht te genieten.

Op geringe afstand is een klein eiland, groen en leeg, met één kusttorentje erop en een stuk waar het barst van de vogels. Het is een beschermde broedplek.

Howth heeft zelf ook zo’n kusttorentje, daar lopen we naartoe, het is een soort uitkijkpost. Weer beneden nemen we een ijsje en genieten nog een keer van de zeehonden. Dan is het tijd om terug te gaan. Erwin pakt zijn tas alvast, hij heeft inpakstress want het past niet. Ik lach hem uit maar moet later toegeven dat ook mijn tas het me niet makkelijk maakt. We eten uitgebreid in een traditioneel Iers restaurant waar ik smul van Irish Stew met lam, aardappeltjes, wortels, prei en een dot aardappelpuree en versgebakken brood. Erwin bestelt de zalm, die ook verrukkelijk is. En chocoladetaart toe. Mmmm… deze hele dag hebben we geleefd van het “ijsjesgeld” van de moeder van Erwin. Dankjewel! Het was een fijne dag.
De volgende ochtend vertrekken we na het ontbijt (ik wil vandaag vanwege tijdsdruk geen bagel, maar wel een beetje cream cheese voor op mijn toast, ze hebben die in van die kleine kuipjes zoals de jam… maar dat blijkt een onmogelijke combinatie. Cream cheese kan alleen in combinatie met een bagel, anders valt de grond blijkbaar weg onder de voeten van de bediende… zit ik net mijn toast te beboteren, komt Erwin alsnog aan met zo’n kuipje. Nou ja, die neem ik dan maar mee naar huis) richting het vliegveld. Alles volgens planning, Aer Lingus zit een stuk lekkerder dan Easyjet. Op Schiphol worden we tot onze verrassing opgehaald en keurig thuis afgezet. We hebben nog een middag over om de wasmachine te vullen en bij te komen.
De zon hebben we zoals beloofd mee terug genomen. Graag gedaan.

Gulliver’s Travel II – Newcastle

Reizen met de bus is niet mijn grootste hobby. Wagenziek. We veroveren plaatsen helemaal voorin de bus zodat ik uit het raam kan kijken. Helaas past mijn rugzak niet in het bagagevak en moet Erwin het ding steeds op schoot nemen als er mensen in of uit willen. De chauffeuse ergert zich aan langzame auto’s en haalt in op wegen met tegenliggers. Bah. In Newcastle zie ik Edna meteen staan. Ze brengt ons met de auto naar onze Beverly Annex.

De toeristische route nam ze, blijkt later, want Erwin en ik denken op dat moment allebei dat lopen van het centrum naar ons huisje geen optie is. De wagenziekte ebt snel weg, maar eenmaal thuis overvalt me weer een nare misselijkheid. Ik probeer nog mee te hobbelen naar de dichtstbijzijnde supermarkt, maar ik keer om. Even liggen op bed. Wanneer Erwin terug komt met de boodschappen, hang ik net boven de wc om voor de tweede keer over te geven. Ik wijt het aan de vette hap van die morgen en zweer nooit meer te zwichten voor een Iers ontbijt. Maar Erwin klaagt ook over een rare buik. Het begint bij hem met diarree maar opeens moet hij ook overgeven. Helaas voelt hij zijn kotsbui niet aankomen en de slaapkamervloer ligt onder. Met spatters op kast en bed (matras en dekbed). Ik ruim het op en Erwin leegt nog meer dan 10 keer mijn teiltje. We strompelen om beurten naar de wc. Niks blijft binnen, nog geen molecuul water. En wat hebben we een dorst. Het is ondraaglijk, zo’n dorst. Ik blijf mijn mond spoelen maar dat helpt niet. We slapen nauwelijks, ik heb pijn in al mijn ledenmaten en kan van ellende niet meer liggen, zitten of staan. ‘s Ochtends is het nog steeds niet over. Erwin knapt iets sneller op en mijn held vertrekt met grote rugzak richting supermarkt. Heeeel rustig aan. Anderhalf uur later komt hij terug met medicijnen en liters drinken. De medicijnen werken supergoed! Ik heb een extra doosje ingeslagen en mee naar huis genomen. Ik blijf op bed, maar nu is het draaglijker. Eigenlijk best knus, zo samen ziek.

Het huisje voorziet in al onze behoeften. We doen 4 dagen met de spaghetti met saus uit Belfast een bouillonblokje en een zak soepgroenten. Er is tv waar we “X-factor, battle of the stars” vier avonden volgen. De 3e dag in Newcastle lopen we wankel naar het centrumpje. De tocht valt ontzettend mee. We zitten aan het strand en wandelen wat rond. Het is er prachtig en we zuigen volop indrukken en frisse lucht op, opgelucht dat we beter zijn. Wat is het toch heerlijk om je goed te voelen.

De laatste dag gaan we naar het Tollymore Forest Park. Ook hier is het prachtig. Echt jammer dat we nog te zwak zijn om volop te kunnen wandelen in de bergen.

Edna blijft een raar mens. Nadat ik Erwin de eerste avond gesmeekt had om aan haar te gaan vragen of zij medicijnen had en ze dus wist dat we ziek waren, heeft ze nooit aangeboden om boodschappen te halen. Of ons bij de bushalte af te zetten. Ze liet ons eigenlijk maar aan ons lot over. Ze wist dat we naar Dublin zouden gaan, via Newry. En toen bleek dat de bus naar Newry zowat LANGS ons huisje kwam en wij braaf het hele eind naar het centrum gesjokt waren, toen had ik het echt met haar gehad. Stom wijf.

Gulliver’s Travels I – Belfast

Geïnspireerd door de reisverhalen van Nina en Bart heb ik besloten mijn verslag te doen van de Ierland reis.
De ideale vluchttijd maakt het op 26 mei mogelijk dat Erwin en ik op ons gemak naar Schiphol kunnen reizen. Eerste klas met de trein, dankzij een gratis opwaardeer actie van de NS. Easyjet is krap maar vliegt op tijd en in Belfast nemen we de bus naar het centrum en gaan te voet naar het guesthouse. Pearl Court blijkt een topfotograaf in de arm genomen te hebben voor het realiseren van de website. De kamer die wij krijgen staat duidelijk niet tussen de kamers die het tot de gallery geschopt hebben. Het kleine raam kan niet open (vanwege onbegrijpelijke brandveiligheidinstructies) en de ventilator is stuk. Het guesthouse wordt schijnbaar gerund door één persoon, een vriendelijke jongen, die ons de volgende ochtend van ontbijt voorziet. “Toast?” vraagt hij. Wij knikken en vullen onze magen met geroosterd brood en vieze cornflakes. Naast ons wordt de tafel tot mijn verbazing voorzien van een compleet Iers ontbijt, met eieren, bacon, worstjes… en komt de gastheer vragen of wij ook zoiets lusten. Nu niet meer nee. Maar ik verheug me alvast op de volgende dag.
In Belfast bekijken we verschillende muurschilderingen van de onrustige Ira tijden en de hongerstaking in de jaren ’80 en we zien ook de Peace Line, een stukje “muur” om de protestante en katholieke wijken van elkaar te splitsen.

Niemand heeft mij ooit kunnen betrappen op enige interesse in de politiek, maar nu ik daar zo loop, wil ik toch wel graag weten hoe, wat en waarom. Erwin geeft zo goed mogelijk tekst en uitleg, maar eerlijk gezegd lopen er in mijn idee teveel dingen door elkaar. Afscheiding van het Verenigd Koninkrijk of zelfstandigheid, protestant of katholiek, arm of rijk en in welke combinaties.. ik begrijp er bar weinig van. Maar de schilderingen zijn indrukwekkend. En de stortbui die we op ons neer krijgen ook trouwens. Gelukkig waait die snel over. In het centrum is toevallig die dag de Lord Mayor parade. Een soort zomercarnaval is dat. Het waait nog flink, maar de zon is tevoorschijn gekomen om de rest van de vakantie niet meer weg te gaan. We wandelen nog naar de rivier, waar Belfast ons probeert te overtuigen van het technisch vernuft van de waterkering die ze daar hebben aangelegd, maar als echte Nederlanders zijn wij totaal “not impressed”. De vissculptuur van stukjes beschilderde tegel is wel erg tof.

We wandelen terug via de prachtige universiteit en de Botanische tuin.
De volgende ochtend vraag ik gretig naar mijn Ierse ontbijt en Erwin houdt het bij toast. Het is zondag, vandaag reizen we door naar Newcastle, maar we mogen daar niet voor 16.00 uur aankomen. (De dag ervoor moest ik volgens de brief van gastvrouw Edna Mc Neilly nog even bellen om te zeggen dat we eraan kwamen en om instructies te krijgen over de sleutel van het huisje. Met bonkend hart en prikoksels belde ik zaterdag dus braaf op. Geen gehoor bij het gewone nummer. Dan maar het mobiele nummer proberen. Daar wordt opgenomen, maar het blijft stil. Ik probeer tweemaal een “Hello?…” Dan: “Yes.” Ik leg uit dat ik moest bellen volgens de instructies. Edna zegt nogmaals yes. Verder niks. Ehm… Nou, hierbij mijn telefoontje dus. Edna vraagt of ik weet waar de bus heengaat. Ja hoor, naar Kilkeel! Nee, dat bedoelt ze niet… Zucht. Nou, laat maar, moet ik jullie van het busstation ophalen? Graag! Zucht. Okee. Zucht. Tot morgen dan. Stom wijf.) We moeten ons zondag nog tot een uur of twee vermaken totdat we wegkunnen. Onze bagage staat noodgedwongen nog in het Guesthouse, omdat hier nergens bagagekluizen zijn. In de stad is NIKS open. Okee, de Mc Donalds. Maar vooralsnog weiger ik me daarbinnen te begeven. Het marktje om het stadhuis is ook nog aan het opbouwen en bovendien zijn we daar al geweest. We lopen doelloos door de straten. Uiteindelijk sleep ik Erwin mee de Tourist Information binnen, waar we ons een tijdje vermaken in de souvenirwinkel. Vervolgens ontdekt Erwin tot mijn opluchting een koffiecafeetje dat open is, want ik was niet ver meer van de drempel van de Mc Donalds verwijderd. We kopen nog spaghetti en saus bij de inmiddels geopende Tesco omdat we niet weten of er in Newcastle uberhaupt wat open is op zondag en eindelijk kunnen we dan naar de bus.

Stuk

Zowel mijn cd speler als mijn videorecorder hadden al een tijd kuren. De cd speler erkende na gemiddeld 3 pogingen pas dat er daadwerkelijk een cd in zat, en dan alleen als je er zelf nog een slinger aangaf. De videorecorder moest eerst een paar keer aan en uit voordat mijn tv beeld gaf. Lastig, maar met de goede tactieken zo opgelost. Nu hebben beide apparaten er tegelijk de brui aan gegeven. Dus wacht mij na de vakantie geen band vol opgenomen series en staat noodgedwongen de radio aan.
Ook best.

Afkicken

De afgelopen dagen heb ik me helemaal kapot gewerkt. Allemaal klussen op het laatste moment, want hoewel ik al mijn klanten al maanden geleden mijn twee vakantieweken had doorgegeven zodat ze er in de planning rekening mee konden houden, weerhield dit niemand ervan mij te vragen om toch nog éven…. red je dat nog? Of ze waren in de veronderstelling dat mijn collega tijdens mijn afwezigheid wat van mijn werk zou overnemen… haha!
Vervolgens ben ik met honderd lijstjes tegelijk bezig. Nog te doen voor vertrek, nog te wassen, nog te kopen, nog in te pakken, nog te doen bij thuiskomst, nog te bellen…
En dan maar zorgen dat ik alle stress van me afschud als we vrijdag de trein instappen. Twee weken is te kort om eerst nog een paar dagen te verspillen aan een malend hoofd.

Tot rust komen is hard werken.