In de wachtkamer

Deze week had ik mijn jaarlijkse controle en alles was nog steeds goed gelukkig.

Inmiddels is het alweer tien jaar geleden dat ik dagelijks naar de Daniel den Hoed fietste voor een portie bestraling. Bij voorkeur in alle vroegte, zodat ik aansluitend naar mijn werk kon. In mijn herinnering regende het veel en stond ik me bij nacht en ontij in mijn regenpak te hijsen. In de wachtkamer schreef ik mijn Sinterklaasgedichten en schaamde ik me een beetje dat ik daar zo energiek en eigenlijk kerngezond zat te wezen tussen de vele kale en fragiele kankerpatiënten. Het traject verliep soepel, een vuurrood vierkant tekende zich rond mijn borst af maar ik had er geen last van verder. Ik ben daar echt zonder problemen doorheen gefietst.

Dat was dat, zou je zeggen. Maar ergens heeft het zijn sporen zeker nagelaten en dan doel ik niet op de zichtbare schade.
Het luikje waar angst achter schuilt, is ontgrendeld en breekt bij elk briesje open. Waar ik altijd een rotsvast vertrouwen had in mijn lijf en mijn gezondheid, staat alles sindsdien op losse schroeven. Wat als..? Het zal toch niet..? Stress, paniek, doemdenken… gekmakend en ik kan me er nauwelijks tegen wapenen.
Corona draagt ook graag zijn steentje bij aan de hypochondrie. Terwijl ik niet eens bang ben om zelf corona te krijgen. Het idee dat ik anderen onbewust kan besmetten doet het hem. Pfff… die voortdurende onzekerheid.

Dat geeft mij een duidelijk opdracht voor de komende jaren: Fix dat luikje. Laat het klemmen. Barricadeer het.

Laat de konijntjes in de berm je gedachten weer opslokken.

2 Replies to “In de wachtkamer”

  1. ik kan het mij levendig voorstellen, bedenk echter, geen zorgen voor morgen, je kunt je hier niet tegen wapenen!

  2. Fijn dat je daar zo goed door heen gekomen bent. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat je het vertrouwen een beetje kwijt bent geraakt. Hoe je het ook doorstaan hebt, het is natuurlijk ook niet niks.

Leave a Reply

Your email address will not be published.