Nummer 52

Vandaag maakten we de 52e wandeling van dit jaar. We liepen 506,5 km in totaal; een gemiddelde van 9.74 km per week. Daar zaten korte rondjes tussen in verband met regen, en langere wandelingen tijdens vakanties.

We kozen de wandeling Kozakkenput. Saaie route, maar wel lekker buiten, bos en zon.

Kerstvolkje

Een kerstvolkje, compleet met oren en tien vingers. Zo leuk! Neefje Liam heeft nog een paar keer gecheckt of de tekening echt in mijn tas zat, maar die bezorgdheid was nergens voor nodig want het is mijn lievelingscadeau.

Geweldige gezichtsuitdrukking ook.

Later op de middag werd het vooral productie draaien. Er kwamen sterrenmachines op papier, machines voor levende deuren en mensenmachines die ook monsters maakten. Mooie fantasie, maar de tekening werd ondergeschikt aan het verhaal. Ik voeg het volkje toe aan de kunstcollectie.

Omkeerdag

De kortste dag van het jaar. In de paar uurtjes dat de zon op is, verschuilt hij zich achter een pak grauwigheid.

Geen kleur te bekennen.
Hoewel, als je goed kijkt…


Ik zie wel een lichtpuntje. Vanaf nu worden de dagen weer langer.


Dat gaat de goede kant op.

Schreeuwboom

“Kleur is altijd beter dan wit,” dacht ik toen ik nieuwe lampjes uitzocht, “leuk voor bij mijn bonte ballen.”

Maar het hoort niet.

“St!” maan ik de lichtjes tot stilte.
De letters komen niet door.

Nu is het kermis in mijn boom.

Instagram update

Vroeger, toen Hemelsgroen nog het alleenrecht had op mijn webspinsels, plaatste ik ook vaak heel korte posts met alleen een fotootje of een gedachte die bij me opkwam. Deze zijn in de loop der jaren verplaatst naar Instagram en Facebook. Zonde eigenlijk.
Vanaf nu probeer ik ze ook weer hier te plaatsen.

(Als ik de statistieken bekijk, komt het merendeel van de lezers hier via Facebook terecht, en slechts een heel klein deel typt direct hemelsgroen.nl in. Ik gok zomaar dat dat kleine deel niet op Instagram zit, maar mocht ik het mis hebben: sorry voor de dubbele content.)


Veel te vroeg wakker in het weekend. Dan alvast maar naar de supermarkt. Als ik een duif was, zou ik hier ook gaan wonen.


Wandeling Graveslootpad (klompenpad). Opeens liepen we door een kippenhok.


Aanplakzuil is reclame spuugzat.


Wandeling Tweemanspolder – Molenviergang aan de Rotte.
It’s beginning to look a lot like Christmas.

Daar proosten we op

Altijd al willen proberen: glasblazen.

Bij Miranda van der Waal in Delfshaven maak je in een middag je eigen wijnglas van een iets voorbewerkte glazen buis.

Smeltend glas moet je blijven draaien, draaien, draaien. Het klinkt echt niet moeilijk. Maar eenmaal achter die brander smelten je hersenen lekker mee. Of in elk geval brandt er duidelijk iets door tussen hoofd en handspieren. Zie die geconcentreerde blik, haha.

Als het glas heet genoeg is, mag je blazen. Niet vergeten te blijven draaien!

Na de eerste sessie heb je een deel van de kelk. De andere kant wordt het pootje (of nou ja, pootJE… zo’n 20 centimeter is best fors).

Bij het trekken van het pootje mag je juist NIET draaien. En dat blijkt even lastig als wél draaien. Mijn pootje is een beetje tipsy. Dat mag best vind ik, met een glas dat altijd halfvol is op de schouders.

Om de voet te kunnen maken, blaas je een mooie, flinterdunne bel.

Miranda zorgt er tenslotte voor dat de kelk open gaat en het glas letterlijk op zijn pootje terecht komt, zodat je het mee naar huis kunt nemen.


Links mijn blaaskunst, rechts die van Martijn

Eenmaal thuis trekken we natuurlijk meteen een fles open om de glazen te testen. Ze doen het!
Daar proosten we op.

Deeldrang

Ik wil je steeds
Van alles vertellen

Over de kruimels
Van mijn dag
Dat ik in de lucht daarnet
Een spreeuwenballet zag

Hoe ik me leeg voel
onstuimig, verdwaald
Dat van de duizend keuzes
Altijd maar één
de eindstreep haalt

Ik wil je steeds
In alles delen

Spring, zoek, struikel
Met me mee
Elke stap die ik zet
Is zo mooi
Deelbaar door twee

Hiep hiep voor de bieb

Ben jij nog lid van de bibliotheek? Waarschijnlijk niet. Vanwege de komst van een e-reader, of je koopt af en toe een nieuw boek.
Zelf kom ik eigenlijk ook bijna nooit meer in de bibliotheek. Als ik iets te lezen wil, dan kijk ik in de minibieb voor de deur, ik leen boeken van mijn zus of ik blader door een tijdschrift.

Toch ben en blijf ik graag lid van de bibliotheek. Simpelweg omdat ik wil dat de bibliotheek blijft bestaan. Ik hou van boeken van papier en ik vind de bieb altijd een fijne, rustige plek. Daarnaast vind ik het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot het lezen van boeken en het opzoeken van informatie. Eigenlijk is mijn contributie dus een verkapte donatie.

Maar heel af en toe maak ik van mijn lidmaatschap gebruik: Ik leen altijd een reisgidsje om mee te nemen op vakantie. En zo kwam het dat ik laatst in de hal van de Centrale met mijn neus in de boter viel. Er was precies een boekenmarkt van afgeschreven boeken. Alles voor 1 euro per boek. Ik kocht wat boeken voor in de minibieb maar stuitte ook op dit juweeltje: Een boek met allemaal metrokaarten.
Deal van het jaar hoor, dit. Kijk nou hoe FANTASTISCH al die verschillende lijnen lopen!

Deze van Moskou uit 1980 is mijn favoriet.

Lekker wonky, deze kaart van Mexico-Stad.

Werkt ook wel, deze versie op zwart van Montréal.

Stuttgart…. pfff… de moed zinkt me in de schoenen. Superonoverzichtelijk. Vonden ze zelf ook, daarom wordt dit ontwerp uit 2004 nauwelijks gebruikt. Dat wij dit niet makkelijk leesbaar vinden, komt waarschijnlijk door de hoek van 30 graden in plaats van de gebruikelijke 45 en 90 graden.

In Seoul ben je ook wel even bezig met puzzelen. Maar dat ligt natuurlijk vooral aan het schrift.

En nog eentje uit New York van 1948.

Culinair Andalusië

Omdat Monachil een klein bergdorp is zonder al teveel restaurantjes, hebben we de eerste dagen daar lekker geborreld en gebarbecued op het terras. Niks mis mee.

In Cómpeta kwam de eerste onbekende tapa op tafel.

Berenjena frita con miel de cana: gebakken aubergine met rietsuikerstroop.

In Córdoba werd dit gerechtje wegens succes herhaald, en proefden we bovendien Salmorejo, een koude crème van tomaten, brood en knoflook. Heerlijk fris!

In Sevilla aten we de laatste avond bij La Chalá. Net als de meeste restaurantjes ging het pas om 21.00 uur open. Kan ik slecht aan wennen, mijn trek is dan al overgewaaid. Maar de paar tapas die we proefden, waren erg de moeite waard.

Abóndigas de choco de trasmallo en su tinta (inktvisballetjes in inkt)

En de meest vreemde combinatie: gebakken gerookte kaas met pinda’s en een soort pesto met komijn in amarenekersenjam. Wonderlijk, maar lekker.

Ik heb echt héérlijk gegeten, maar ook in Nederland trek ik twee weken achter elkaar uit eten slecht. Veel te zout, te vet en te weinig groenten. En de Spaanse keuken heeft vooral veel worstjes, kaas, gefrituurde vanalles en eventuele groenten liggen in een plas olijfolie. Straks ga ik een grote pan groentesoep maken.