Regen in Aix

Het regent. We lopen de VVV in voor een goed kaartje van de stad. Mijn oog valt op een tentoonstelling van Nicolas de Staël. Daar wil ik naartoe! Ooit kocht ik al een boek van de Staël, met prachtige schilderijen in grijsblauw.


Deze schilderijen zijn veel feller maar ook hier mooie kleurcombinaties.


Dit voorste schilderij is mijn favoriet. Ik zoek het na en het blijkt pas door Christie’s geveild te zijn voor 2.882.500 pond. Net iets boven mijn budget.


Dit boek kan ik wél betalen. Fijn om thuis na te genieten.

Tanden des tijds

Ik krijg een boterhamzakje met dubbelgevouwen post-its in mijn handen gedrukt met de mededeling: “Hier. Je tanden.”

Ze verpulveren al als je ernaar kijkt, dat is jammer.
Toch lief van die fee om ze zo lang te bewaren.

Gaan met die banaan

Ik hou erg van sproetjes, maar niet op mijn bananen.

Met dit warme weer moet ik de tros in de koelkast leggen en er elke avond eentje uithalen om op kamertemperatuur te laten komen. Zit nog niet in mijn systeem. En dus at ik al twee ochtenden een te rijpe banaan en er zouden er nog drie volgen, elke dag een beetje viezer.

Ik google op bananenbrood met één ei (want ik weet dat ik er eigenlijk drie nodig heb) en vind een recept:

Hoera! Alles in huis.

Het ziet nog een beetje drabbig. Maar dat hoort (denk ik).

Nog even in de oven en mijn ontbijt is gered.

Nu zijn we hier

In juli 2016 krijg ik het volgende bericht: “Wow Mara, tijd voor een feestje. Jij bent een van de weinige verhuurders die de Superhost-status vier kwartalen achtereen heeft verdiend! Geniet van deze reistegoedbon van $100 als dank voor de buitengewone gastvrijheid die je je Airbnb gasten biedt.”

Ik zet direct mijn zinnen op deze kunstzinnige Airbnb. Bijna twee jaar later gaan we eindelijk. Bestemming: Krakau.

Het appartement is precies zo geweldig als ik hoopte. Kleurrijk ingericht, bizarre muurschilderingen en bijzondere details. Ik blijf het hele weekend met bewondering kijken.



Dat bruin betegelde ding is een ouderwetse kachel die we hier vaker zien in interieurs. Prachtig!



Jaaaa, een bad in de slaapkamer! Altijd al mijn droom.


Het portiek is ook niet overgeslagen.


Detail van open bakstenen hoog in de muur van de huiskamer.

Het is heerlijk weer. De rijen voor de ijssalons -Lody- zijn absurd lang. De Efteling is er niks bij.

We lopen drie wandelingen. Eén in het centrum, een in onze hippe wijk Kazimierz en een door de wijk Podgórze. Omdat Martijn perfect navigeert, laat ik de route aan hem over. Af en toe vraag ik waar we zijn. “Nu zijn we hier,” is een keer het antwoord. Haha! Nuchtere logica. En tegelijk diep filosofisch.


Elk uur speelt iemand in de toren een deuntje op zijn trompet. Live. We zien hem nog zwaaien.


Als je van je geld af wilt, kun je het hier kwijt. Verder kost Krakau bijna niks. Voor tien tot vijftien euro de man eet je ‘s avonds een uitgebreid maal, inclusief drank en koffie.


Podgórze is het getto waar in de Tweede Wereldoorlog de Joden gevangen gehouden werden. De fabriek van Schindler staat er. Bijna gaan we er naar binnen, maar besluiten dan dat we liever in vrijheid in de zon lopen.


Precies.


Bijzonder bouwwerk met spiegels tegen het ‘plafond’. Je vindt ons in de cirkel.


“Nul paprikasmaak?”…Integendeel! Deze paprikachips smaken naar échte paprika. Niet naar paprikapoeder zoals bij ons.


Rabarbersap. Lekker.



Als je wijn bestelt en de fles staat niet achter de bar, maar moet uit een andere kamer komen dan pas je je aan. Piwo it is.

Veel verkeersborden zijn hilarisch. De verhoudingen kloppen niet helemaal.

Iets te groot hoofd.


Of veel te klein.

We sluiten de trip af met een mooi avontuur: Hoe bestel je een taxi op Ulica Brzozowa?
Dat laten we aan een Pool over! Die vervolgens een taxi regelt waarvan de chauffeur het woord airport niet begrijpt…
En toch zijn we weer thuis.

Stoepkrijt


Stoeptekening Noordereiland, artiestje(s) onbekend

In 1985 is mijn ultieme doel in het leven om ooit zo’n plastic emmertje met dikke staven gekleurd stoepkrijt te bezitten.

Twee theorieën over mijn grote falen:

1. De droom leek me zo onbereikbaar dat ik er nooit over gerept heb.
2. Met een vader die leraar was, hadden wij altijd witte schoolkrijtjes. Misschien dat ik het stoepkrijt toch een keer genoemd heb, want opeens waren er gekleurde schoolkrijtjes. En eerlijk is eerlijk, dit gevulde schatkistje is ook fantastisch. Prima alternatief.

Maar nog altijd lonkt dat plastic emmertje met dik stoepkrijt. Ooit…

Meer meer meer

Merken zijn dol op méér. Maakt eigenlijk niet uit waarvan. Meer is sowieso beter.

‘Meer dan winkelen’ is de slogan van een winkelgebied. Ik vind het vaag. Wat zijn dan die extra’s? Nou, service bijvoorbeeld. Horeca. Gratis parkeren.
Hm, als je het zo bekijkt: vooruit.
Ook gehoord: ‘Feenstra, meer in huis’.
Kan.

‘Pink Lady: zoveel meer dan een appel.’ Ehm… nee hoor.

Maar er is meer. Meer onzin.

Ici Paris XL. Zoveel méér dan het ideale cadeau.
Eh… wat dan nog meer? Flutcadeaus? Ligt er zoveel in die winkel dat je een volle dag moet uittrekken om het ideale cadeau op te sporen?
Ideaal is al maximum score. Meer dan ideaal bestaat niet.

Neckermann spant de kroon.
Ik haak al af als ik de vrouw tegen haar man hoor zeggen: “schat, moet je echt je rode zwemslip aan?” Zwemslip? Niemand gebruikt dat woord. Maar dit terzijde.
Het gaat om de afsluiter:
Neckermann. Meer dan jezelf zijn.
HUH, WAT? Nee!! Dat wil ik helemaal niet! Wij, bedoel ik. Al mijn persoonlijkheden zijn tegen.

Chipskaart

En opeens deed mijn OV-chipkaart het niet meer. Geen enkel poortje reageerde op mijn pasje. Terwijl ik toch twee uurtjes geleden nog moeiteloos gebliept was. Ik ging mijn trein missen. En de volgende ook.
Aan het informatieloket vonden ze het heel vervelend, maar konden ze niets voor me doen. “U moet naar de servicebalie, maar waarschijnlijk kunnen ze u daar ook niet helpen en moet u een nieuwe kaart aanvragen.”
Om niet ook de derde trein te missen, kocht ik een kaartje met een toeslag van € 1,00 bij de automaat. Gelukkig kwam de conducteur onderweg langs, aan wie ik mijn verhaal voorlegde. “Hm, nee, bij mij scant hij ook niets. Ik raad u aan om naar de servicebalie te gaan, misschien kunnen zij u verder helpen.”

De servicebalie op het aankomststation was dicht.

Vandaag fietste ik speciaal naar de servicebalie.
“Nee, hij doet niks. U zult het servicenummer moeten bellen en een nieuwe kaart moeten aanvragen. U kunt erbij vertellen dat u bij de servicebalie geweest bent en dat de kaart niet is beschadigd. Misschien krijgt u dan het geld voor een nieuwe terug.”

Ik belde het servicenummer. Aan de tergend trage stem van degene die opnam, kon ik direct horen dat dit geen fijn gesprek werd.
“Mijn OV-chipkaart doet opeens niks meer, hij is niet beschadigd en ik ben al langs de servicebalie geweest.”
“Oké. Dan kan ik een nieuwe voor u bestellen, dat kost eenmalig elf euro, mevrouw.”
“Dat vind ik vreemd, aangezien ik er niets aan kan doen dat de kaart opeens weigert. De chip is blijkbaar stuk, en ik zou de kaart graag kosteloos vervangen hebben. Bovendien heb ik nu een los kaartje moeten kopen met een toeslag van € 1,00 en als de nieuwe kaart niet snel genoeg komt, dan zal ik dat nogmaals moeten doen. Kan ik die kosten ook declareren?”
“Eens kijken…nee, dat kan helaas niet. U kunt wel de kosten voor de kaart terugvragen, maar u moet eerst akkoord gaan met een automatische incasso voor elf euro.”

(…Hier een lang en saai stuk waarbij heel omslachtig mijn akkoord officieel als mondelinge toezegging opgenomen moest worden en waarbij mijn rekeningnummer na driemaal herhalen eindelijk geaccepteerd werd.)

“Oh, ik zie dat uw kaart ouder dan twee jaar is dus u krijgt uw geld voor de nieuwe kaart ook niet terug.”
“Oké, dan wil ik graag van u weten hoe ik een klacht kan indienen want dit vind ik echt belachelijk.”
“Dat moet u via de website doen, mevrouw, via het contactformulier.”
“Kan ik de defecte kaart niet opsturen zodat u zelf kunt kijken wat er aan mankeert en hoe dat komt?”
“Ja, dan moet ik u een formulier toesturen. Wilt u dan uw aanvraag cancellen?”
“Ik begrijp uw vraag niet. Kan dat niet tegelijk?”
“Dat kan ook. Dan stuur ik u een formulier op.”
“Graag.”

“Heeft u verder nog vragen, mevrouw?”

De daken op, de goten in!

We combineerden de jaarlijkse zonnepanelenschoonmaak met het uitbaggeren van de goten. Niet mijn favoriet klus, want hoog en eng en ik zag er al dagen tegenop. Maar hopelijk is met het wegscheppen van kilo’s blubber en vuurwerkresten mijn lekkage verholpen. De zonnepanelen staan er weer blakend bij en eerlijk is eerlijk: het uitzicht is schitterend.