Op station Delft heeft Albert Heijn zijn eigen togo!
Lof der Zoetheid
Gisteren héérlijk gegeten in Lof der Zoetheid aan het Noordplein. We hadden een bon voor een Twijfelaar, een lunch met broodjes met allerlei verschillend beleg en een soepje van de dag. Lekker, maar ook een leuke plek, met jaren ’50 aankleding met allerlei grappige details. Als tafelnummers zijn er oude postzegels op de tafels geplakt, er staat een ouderwetse weegschaal, de stoelen lijken van een school afkomstig, met de namen van de leerlingen er aan de achterkant nog op.
De taarten zagen er ook érg lekker uit trouwens. Dat voorspelt een vervolgbezoek.
Foto’s via Lof der Zoetheid.
Dames en heren: goedemiddag.
Wie ooit een rit in de Sprinter heeft gemaakt, die zal dit zinnetje gelijk herkennen. Het wordt namelijk voor én na iedere halte omgeroepen, gevolgd door “het volgende station is…” of “dit is de stoptrein in de richting..”
Tergend!!!
Het enige motief dat ik kan verzinnen voor deze beleefdheidsterreur is wraak. Het moet het werk zijn van een NS medewerker van de afdeling klantenservice. Een medewerker die dagelijks een enorme lading bagger over zich heen krijgt. En gedacht heeft: U wilde klantvriendelijkheid?! Dan krijgt u ook klantvriendelijkheid. Bij iedere halte. Twee keer! Ha! Hier! Nog een keer!
Dames en heren: goedemiddag.
Verse spinazie
Ongewassen inderdaad, want het lieveheersbeestje op deze foto zat ín de zak spinazie. En hij leefde nog. Ik heb sterk staan twijfelen of ik dan juist die zak moest nemen om het lieveheersbeestje te redden. Dan zou ik de zak bovenop in mijn kar moeten leggen, de cassière moeten waarschuwen dat ze heel voorzichtig moest scannen, buiten de zak openmaken, het lieveheersbeestje bevrijden en met een open zak spinazie naar huis toe fietsen. Best te doen. Maar uiteindelijk heb ik -lekker gemakzuchtig- een andere zak gepakt. Waar ik me vervolgens heel slecht over voelde, want was dit beestje niet hét symbool tegen zinloos geweld, en had ik me nu niet net als die omstanders gedragen die niet ingegrepen hadden..? Of voert dat te ver?
Rondje Noordereiland
Op zaterdag schoven we aan bij het Prinsendiner, een etentje op het Prinsenhoofd ter gelegenheid van het Rondje Noordereiland de dag erna.
We kregen een koolhydraatrijk menu voorgeschoteld, opdat de zwemmers genoeg energie zouden hebben tijdens hun tocht. De dag erna was het grijs weer en ik had niet graag het water ingedoken. Maar er waren genoeg helden die het wel aandurfden. Aangemoedigd vanaf de Spido én door de menigte op de kade zwommen zij de drie kilometer lange ronde.
Jesus, you want to order?!
Wij gingen op vakantie en namen mee: één ontstoken vinger (keurig laten inpakken bij de EHBO post op Schiphol), een antibioticakuurtje voor achter de hand, wat stroopwafels om uit te delen en verder een heleboel zin.
In Bratislava treffen we Mirka en zij neemt ons ‘s avonds op sleeptouw door de stad. We maken kennis met een legioen muggen en met het begrip Slovaakse service. Tegen het eerste probleem wapenen we ons na de eerste avond/aderlating met een uiterst agressieve repellent. Geduld is de enige mogelijke reactie op de Slovaakse service. We kunnen ook wel lachen om de ober die ons met oprechte paniek in de ogen “Jesus, you want to order?!” toesnauwt, als wij een uur na aankomst toch wel een keer willen bestellen. Ook dat nog!
Minder enthousiast zijn we over het appartement, dat een groezelige, gammele hut blijkt. De matrassen en kussens stinken een uur in de wind en we moeten om niet te gaan kokhalzen met onze hoofden aan het voeteneinde van het bed gaan liggen…. Zegt dat genoeg?

Beste remedie tegen de stank: buiten gaan zitten.

Bratislava Hrad



WK voetbal kijken


Zlate Piesky. Die zeehond daar is Erwin :)
Na vier dagen Bratislava gaan we met de bus naar Banská Stiavnica. Hier wacht ons een veel aangenamer apartement, lekker koel, ruim en schoon. Alles ruikt fris, wat een verademing. We kunnen hier ook barbecueën op ons eigen terras.

Zo lijkt het nog heel wat.

Maar dit was de werkelijke oogst.
We wandelen door de bergen en horen een constant gezoem. Het hele bos gonst van de vliegbeesten die er uitzien als dikke wespen. Ze zoemen om onze oren alsof wij de snoepjes van de week zijn en we worden er allebei compleet paranoia van. Erwin is zelfs zo opgefokt dat het mij op een rare manier weer een beetje kalmeert (ik heb last van compensatiegedrag). Als we een fietser tegenkomen vraag ik hem wat die beesten zijn voor vliegen, bijen of wespen. “O yeah, the flies”, antwoordt de man laconiek. “They think you’re cows. Or horses. That’s why they follow you.” Ze schijnen wel te steken, maar je kunt ze gerust van je afslaan hoor. Na nog een paar met brandnetels overwoekerde paadjes maak ik een mental note om voortaan geen korte broek meer aan te trekken op dit soort tochten. Op de top van de berg Sitno nemen we twee grote glazen koude “Kola Loka”, dat zo smerig blijkt dat we genoodzaakt zijn om ze weg te gooien.
De enige in het hele dorp die Engels spreekt, is een jonge gast bij de Tourist Information. We gaan dan ook bijna dagelijks even langs, met uiteenlopende vragen. We horen bijvoorbeeld elk uur voordat de kerkklok het hele uur inluidt, een trompet een soort taptoe blazen. Dit was vroeger, in tijden van oorlog, bedoeld om de inwoners van de stad te laten weten dat de wachters niet in slaap gevallen waren en de stad dus nog veilig was. Het klinkt erg gezellig. Ook leuk: de radio speelt voortdurend oude nummers van o.a. Madonna, Rick Ashley en de musical Grease.
Tja, welk programma neem je dan? Ons lijkt de optie 9B wel een goeie: Farebné Normálne (normaal gekleurd, hebben we bedacht). Maar na drie uur is-ie nog niet klaar. Op goed geluk zet ik hem uit en wat blijkt: de was is ook droog! Doe ons ook zo’n Tatramat, denken wij, wasmachine en droger in één. Hij had niet zo heel goed gewassen, maar een kniesoor die daar op let. De volgende wasbeurt smeer ik gewoon wat extra handwasmiddel op de hardnekkige zones. Ditmaal komt de was er nog wat klammig uit na drie uur draaien. De derde wasbeurt valt het kwartje: de kraan zit nog dichtgedraaid.
In het open lucht mijnmuseum doen we een ondergrondse tour, met een slechts Slovaaks sprekende gids. Dat wil zeggen, een slechts Slovaaks blaffende, uiterst cranky gids, die zich duidelijk geen raad weet als ik wat probeer te vragen in elke mogelijke taal, inclusief handen- en voetenwerk. Hij buldert steevast wat onbegrijpelijks terug en richt zich dan zo snel mogelijk weer op zijn eigen volk.
In Wenen wanen wij ons pas weer in de bewoonde wereld, waar we met mensen kunnen communiceren. Ik ben zelfs zo enthousiast dat ik mijn gebruikelijke Engels welwillend inruil voor een steenkolen Duits. “Dürfen wir hier vielleicht ohne Flasche fotografieren?” vraag ik argeloos en ik begrijp pas wat er mis ging als de suppoost glimlachend zelf het woord Blitz introduceert. Oeps. Gelukkig is de Prunksaal van de bibliotheek ook zonder fles een plaatje.
We eten ijs in Tichy, een ijssalon uit de jaren ’50 met bijbehorende serveersters die er waarschijnlijk al sinds de opening werken. Ook mag een stuk Sachertorte niet ontbreken, al rekenen we hiervoor een bedrag af waar we in Bratislava nog van uit eten konden. Waar we daar voor 90 cent een volle bel wijn hadden, kost een colaatje hier 3,90 en een beschaafd stukje taart 4,90.
We zwemmen in het Amalienbad, vlakbij ons appartement, een prachtig Jugendstil zwembad.

(rechterfoto niet zelf genomen)
Je kunt goed fietsen in Wenen, er zijn overal fietspaden. Maar de metro is helemaal fijn hier. Desondanks lopen we wat af en moeten we af en toe verkoeling zoeken.

Secession met binnen het beroemde Beethovenfries van Klimt.

Het gezellige Museumsquartier

Jugendstil metrohalte

Amerlingsbeisl

Hundertwasserhaus. In Kunsthaus Wien is een mooie Hundertwasser tentoonstelling.
De Tour in Rotterdam

Al weken van tevoren is de stad geelgekleurd en liggen er dit soort plakkaten op de weg.

Met een luid blèrende Fransman uit de luidsprekers, herrie van overvliegende helicopters en het geroezemoes van heel veel publiek zit de festivalstemming er goed in.

Het is bepaald niet stil aan de overkant :)

Overal langs de route staan toeschouwers en de bewoners van sommige huizen zitten eerste rang.

Een komisch gezicht: de tribune op het Noordereiland met allemaal paraplu’s – voor éxtra Frans effect.






























