Chipskaart

En opeens deed mijn OV-chipkaart het niet meer. Geen enkel poortje reageerde op mijn pasje. Terwijl ik toch twee uurtjes geleden nog moeiteloos gebliept was. Ik ging mijn trein missen. En de volgende ook.
Aan het informatieloket vonden ze het heel vervelend, maar konden ze niets voor me doen. “U moet naar de servicebalie, maar waarschijnlijk kunnen ze u daar ook niet helpen en moet u een nieuwe kaart aanvragen.”
Om niet ook de derde trein te missen, kocht ik een kaartje met een toeslag van € 1,00 bij de automaat. Gelukkig kwam de conducteur onderweg langs, aan wie ik mijn verhaal voorlegde. “Hm, nee, bij mij scant hij ook niets. Ik raad u aan om naar de servicebalie te gaan, misschien kunnen zij u verder helpen.”

De servicebalie op het aankomststation was dicht.

Vandaag fietste ik speciaal naar de servicebalie.
“Nee, hij doet niks. U zult het servicenummer moeten bellen en een nieuwe kaart moeten aanvragen. U kunt erbij vertellen dat u bij de servicebalie geweest bent en dat de kaart niet is beschadigd. Misschien krijgt u dan het geld voor een nieuwe terug.”

Ik belde het servicenummer. Aan de tergend trage stem van degene die opnam, kon ik direct horen dat dit geen fijn gesprek werd.
“Mijn OV-chipkaart doet opeens niks meer, hij is niet beschadigd en ik ben al langs de servicebalie geweest.”
“Oké. Dan kan ik een nieuwe voor u bestellen, dat kost eenmalig elf euro, mevrouw.”
“Dat vind ik vreemd, aangezien ik er niets aan kan doen dat de kaart opeens weigert. De chip is blijkbaar stuk, en ik zou de kaart graag kosteloos vervangen hebben. Bovendien heb ik nu een los kaartje moeten kopen met een toeslag van € 1,00 en als de nieuwe kaart niet snel genoeg komt, dan zal ik dat nogmaals moeten doen. Kan ik die kosten ook declareren?”
“Eens kijken…nee, dat kan helaas niet. U kunt wel de kosten voor de kaart terugvragen, maar u moet eerst akkoord gaan met een automatische incasso voor elf euro.”

(…Hier een lang en saai stuk waarbij heel omslachtig mijn akkoord officieel als mondelinge toezegging opgenomen moest worden en waarbij mijn rekeningnummer na driemaal herhalen eindelijk geaccepteerd werd.)

“Oh, ik zie dat uw kaart ouder dan twee jaar is dus u krijgt uw geld voor de nieuwe kaart ook niet terug.”
“Oké, dan wil ik graag van u weten hoe ik een klacht kan indienen want dit vind ik echt belachelijk.”
“Dat moet u via de website doen, mevrouw, via het contactformulier.”
“Kan ik de defecte kaart niet opsturen zodat u zelf kunt kijken wat er aan mankeert en hoe dat komt?”
“Ja, dan moet ik u een formulier toesturen. Wilt u dan uw aanvraag cancellen?”
“Ik begrijp uw vraag niet. Kan dat niet tegelijk?”
“Dat kan ook. Dan stuur ik u een formulier op.”
“Graag.”

“Heeft u verder nog vragen, mevrouw?”

De daken op, de goten in!

We combineerden de jaarlijkse zonnepanelenschoonmaak met het uitbaggeren van de goten. Niet mijn favoriet klus, want hoog en eng en ik zag er al dagen tegenop. Maar hopelijk is met het wegscheppen van kilo’s blubber en vuurwerkresten mijn lekkage verholpen. De zonnepanelen staan er weer blakend bij en eerlijk is eerlijk: het uitzicht is schitterend.

Wat doe je als de CO melder afgaat?

Ik deed ramen en deuren open en belde de eerste hulplijn: mijn vader. Martijn sloopte op dat moment de melder van de muur en haalde de batterij eruit zodat het snerpende geluid stopte en we weer konden nadenken.
Ik belde de cv-monteur. Zij adviseerde me de stekker uit de cv-ketel te trekken en te kijken of het geluid zou stoppen. Maar zodra we de batterijen weer in het apparaat stopten, ging direct het alarm af. Oók een verdieping lager. Naar buiten!

De monteur kon nu niet komen, ze was ergens anders bezig.
“Ja, dat snap ik, maar dan kunt u daarna toch komen? Ik durf niet meer naar binnen hoor, CO is hartstikke gevaarlijk”
“Nou, ik ga niet zomaar komen, ik ben niet in de buurt en u bent niet de enige vanavond. Buiten blijven zitten heeft geen zin, want ik weet niet of ik het überhaupt nog red vanavond. Probeert u nog maar een keer nadat u goed gelucht heeft en daarna de ketel weer aansluit of hij nog steeds alarm geeft. Ik neem later vanavond nog wel even contact met u op.”

We haalden de melder naar buiten en stopte de batterij er weer in: ALARM.
We stopten er een nieuwe batterij in: ALARM. Ook in de buitenlucht. Hm.
We reden naar de Gamma, kochten een nieuwe melder, stopten er batterijen in en zetten hem aan: heerlijke stilte.
Naar binnen ermee! De nieuwe melder bleef stil. De hele avond. En ook de telefoon bleef stil.

Vanmorgen werd ik extra blij wakker.
De cv-monteur belde nog om te vragen hoe het ermee stond.

*Mental note: vraag nooit meer raad in de Gamma. Ik kan zelf ook lezen wat er op de verpakking staat en doe dat een heel stuk sneller.*

Wandelen no matter what

Eerder deze week bedachten we: zaterdag gaan we wandelen, no matter what.
De voorspellingen varieerden van een plens regen tot code geel, dus wij waren voorbereid. Bij Leersum lieten we droge kleren en een thermosfles hete thee in de auto achter en trotseerden de nattigheid voor een wandeling van 11 km.

Het bleek het beste idee in tijden. We kwamen op één verdwaald stel na niemand tegen. De witte wolken staken fel af tegen de donkergrijze lucht, het gras was groener dan groen. En het rook heerlijk.

Het was een afwisselende wandeling door bos, langs meertjes en over heide. We zagen veel verschillende paddestoelen.

Ik moet wel even klagen over de routebeschrijving. Het zal deels echt aan mij liggen hoor, ik ben nou eenmaal slecht met oriëntatie, maar de omschrijving kan op zijn minst kloppen. Dus niet zeggen dat we het pad moeten volgen als het pad naar links afbuigt, terwijl we dan stiekem rechtdoor moeten. Martijn, die geen aanwijzing leest maar op het kaartje kijkt, gaat in zo’n geval automatisch rechtdoor en sleurt mij tegensputterend mee. (“Er staat: het pad volgen! Het pad buigt hier af! Ik weet zéker dat we zo fout gaan.”)
Uiterst frustrerend als hij dan wéér gelijk blijkt te hebben.

Ook vind ik “aan het einde op een ruiterpad ga je LA” wezenlijk anders dan “aan het einde van dit pad ga je LA het ruiterpad op”.
Echt.
Anders.
Tot zover mijn klaagzang.

Nog maar wat mooie plaatjes.

Kijk, een mierenzebra. Ook gek!

Parijs met Naan

Voor het mooie hadden we nog 1 jaar moeten wachten (sorry, David) maar toen ik het idee eenmaal had, was er geen houden meer aan: Na 29 jaar gingen Naan en ik opnieuw naar Parijs! Naan was om 5.00 uur opgestaan, en om 8.00 uur zaten we samen in de Thalys met een broodje, een zak krentenbollen en heel veel zin.

Om half elf kwamen we aan op Gare du Nord, waar we eerst een foto moesten reconstrueren:

We namen de metro en liepen het laatste stukje langs de Seine naar Musée d’Orsay. Daar werden we streng gecontroleerd, compleet met poortjes à la Schiphol. Er was een tentoonstelling van portretten van Cézanne. Cézanne had het niet zo getroffen met het uiterlijk van zijn vrouw… Desondanks schilderde hij haar vaak.

We lunchten in le Café Campana en bewonderden Parijs nog even vanaf het terras.

Bij het Louvre maakten toeristen en masse dezelfde foto, waarbij ze de piramide bij het puntje optilden. Hilarisch gezicht, mensen zijn echt kuddedieren.

Tijdens ons wandelingetje stuitten we op een bontgekleurd beschilderd gebouw met een heleboel ateliers/ galeries erin. Leuk om even een kijkje te nemen.

Naan wist te vertellen dat koppensnellers deze beelden op de Notre Dame voor alle zekerheid ook maar onthoofd hadden, nadat ze eerst de échte royalty gedaan hadden. Dat deze beelden koningen uit de Bijbel voorstelden, maakte niet uit: Off with their heads!

We streken neer op een terras.

Het was de hele dag prachtig weer geweest, maar net toen onze glazen leeg waren, begon het te hozen. Een tweede glas was een prima idee, we verschoven een tafeltje naar achteren en ontweken zo op het nippertje ook nog de tsunami aan water die opeens van de luifel naar beneden stortte. Timing: dik in orde!

Bij de Monoprix kochten we een flesje wijn, een stokbroodje, een kaasje en nog meer lekkers en daarmee nestelden we ons om half acht weer in de Thalys – om 22.00 uur terug op Rotterdam Centraal.

Tuinen van Monet

Van de rust die Monet in zijn tuin ervaren moet hebben, is helaas niets meer over. Het is er nu één en al toeristische gekte. Des te knapper dat de bloemenpracht zo geconstrueerd is, dat je de mensenmassa niet terugziet op de foto’s. De vijver met de waterlelies is nog mooier dan ik me voorgesteld had, de tuin nog kleurrijker.

Niagara Falls

In groep 7 of 8 maakte ik een werkstuk over Canada en hield ik er vervolgens een spreekbeurt over. Van het hele verhaal kan ik me niets meer herinneren op de Niagara watervallen na. Zij hebben toen zo’n indruk op mij gemaakt! Dat werkstuk moest nog ergens liggen. Vandaag haalde ik halsbrekende toeren uit in mijn berging, en met resultaat!

Zo te zien is de ansichtkaart van de waterval er later uitgescheurd. Waarschijnlijk omdat ik hem ergens heb opgehangen in mijn kamer of in mijn agenda heb geplakt.


Continue reading “Niagara Falls”

Musée des beaux-arts de Montréal

De lat ligt hoog. MoMA, Tate Modern, Musée d’Orsay, het Rijksmuseum… wij zijn best verwend op museumgebied. De verwachtingen van het museum van schone kunsten in Montréal zijn daarom niet al te hoog. Maar dit blijkt onterecht; het museum is prachtig! We hebben geluk met twee fantastische tentoonstellingen, maar de vaste collectie is zeker ook de moeite waard.

Chagall: Naast diverse kleurrijke schilderijen zijn er vooral kostuumontwerpen voor ballet en opera. Een bont gezelschap van sprookjesachtige, bizarre fantasiefiguren. Mooi belicht.

Dit is een reusachtig wandtapijt, geborduurd naar idee van Chagall.

Er zijn ook enkele beeldhouwwerken van de kunstenaar.

En details van glas-in-lood ramen. De schetsen hangen ernaast en zijn best nauwkeurig overgenomen.

Ook is er een tentoonstellingsruimte ingericht door Jean Paul Gaultier. Meubels zijn letterlijk achter het behang geplakt, maar de vormen van bijzettafels, koffers, lampen en een opgezette hertekop zie je door de strakgespannen witte doeken heen. Sommige paspoppen hebben een écht gezicht geprojecteerd, dat af en toe knipoogt, spontaan begint te zingen of wat zegt tegen het publiek.

De vaste collectie heeft een beetje van veel. Heel veel verschillende periodes en stijlen, en daar slechts enkele werken van. Zo reis je lekker vlot door de tijd. De afdeling met Inuit beeldjes staat niet op de foto, maar is heel leuk. En ook dit schilderij trekt mijn aandacht. Ik koop er een kaart van voor in mijn collectie.

Buiten stopt het museum niet. Rondom het museum staan nog wat grote gekleurde werken om de overgang met de lelijkheid van de rest van de stad wat te verzachten.

Niet in dit museum gespot, maar erg goed gekozen door luchthaven Schiphol: deze klok staat in de vertrekhal. Het mannetje “in” de klok verft steeds de juiste tijd op het scherm en poetst het oude tijdstip dan weer weg. Een voortdurend proces waar je naar kunt blijven kijken.

De eerste indrukken

– Buiten ruikt het naar bos in onze wijk. Misschien omdat het aanhoudend geregend heeft en/ of omdat er veel bomen staan, en inderdaad genoeg esdoorns.

– Binnen in ons portiek ruikt het naar dille-roomsaus. Toen we aankwamen dacht ik dat iemand heel lekker gekookt had. Dat idee is er nu wel af. Blegh.

– De vrouwen lopen hier op kaplaarzen. Gewoon onder een rokje, ook als het niet regent. Echt gezien: de badjuf van het buitenzwembad had ze ook aan. Bij 25 graden.

– De auto’s hebben geen nummerplaat aan de voorkant. Het is een heel kaal gezicht. Sommige auto’s hebben wel een soort snor. Een zwarte strook aan de rand van de motorkap. Dit heet een bug deflector. Weer wat geleerd.

– De kliko’s zijn miniatuurtjes van de onze, zo schattig! Niet omdat de Canadezen minder afval hebben zoals ik eerst dacht, maar omdat ze tweemaal per week geleegd worden.